content

Abraham Tuschinski (1886-1942)

Rotterdamse ondernemer van Pools-Joodse komaf, exploiteerde voor de oorlog diverse bioscopen in de stad.

Jeugdjaren

Abram (later genoemd Abraham) Icek Tuschinski werd op 14 mei 1886 geboren in Polen. Zijn Joodse ouders waren marktkooplieden. In zijn geboorteplaats Brzezin bezocht hij de Joodse lagere school en werd daarna kleermaker. Vanwege de niet al te rooskleurige toestand in Russisch Polen verliet de pasgetrouwde Tuschinski in 1904 zijn geboorteland en emigreerde naar Nederland. Hij vestigde zich als vestenmaker in Rotterdam en liet een jaar later zijn vrouw Mariem Estera Ehrlich overkomen. In 1918 werd de naturalisatie aangevraagd en toegekend.

Bioscopen

Het echtpaar stichtte in de Nadorststraat een logement voor landverhuizers. In 1911, toen professionele filmvertoningen in Nederland nog in opkomst waren, opende Tuschinski zijn eerste bioscoop, genaamd Thalia, in een buitengebruik gesteld zeemanskerkje aan de Coolvest. Deze onderneming was een succes, maar het pand in de Zandstraatbuurt werd spoedig door de gemeente afgebroken. Tuschinski zat niet bij de pakken neer en opende in de loop der jaren vele nieuwe bioscopen in Rotterdam. Dit waren ondermeer Thalia (2) in de Hoogstraat, het Grand Théâtre (Pompenburgsingel), Olympia (Binnenweg), Cinema Royal (Coolsingel) en de avant-garde-bioscoop Studio ’32. Om deze bedrijven te runnen riep Tuschiniski de hulp in van zijn zwagers Hermann Ehrlich en Hermann Gerschtanowitz.

Tuschinski-stijl

Tuschinski, een selfmade man en autodidact, was een enthousiaste, doortastende en vernieuwende ondernemer die de bezoekers van zijn bioscopen steeds wist te verrassen met de nieuwste en beste films. Zijn theaters kenmerkten zich door luxe en qua inrichting ontstond er zelfs een typische art deco-achtige Tuschinski-stijl die heden ten dagen nog te bewonderen is in het Amsterdamse Tuschinski Theater uit 1921. Hiervoor en voor andere noviteiten, bijvoorbeeld de geluidsfilm, gaf de bioscoopexploitant gemakkelijk veel geld uit, iets waar de draagkracht van zijn onderneming in de jaren dertig onder te lijden kreeg. Vlak voor de oorlog bleef zijn firma vooral op de been dankzij geldschieters.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog wilde Tuschinski van vluchten of onderduiken niets weten en in 1942 werden hij en zijn vrouw op transport gesteld naar Polen. De vernieuwende bioscoopmagnaat en filmkenner overleefde de oorlog niet, net als veel van zijn familieleden (zijn drie zoons waren al voor de oorlog overleden). Op 17 september 1942 overleed Abraham Tuschinski in Auschwitz.

Literatuur
Rotterdamse ondernemers 1850-1950 onder redactie van Joop Visser, Mies van Jaarsveld, Paul van de Laar (Rotterdam 2002) Interbellum Rotterdam: kunst en cultuur 1918-1940 onder redactie van Marlite Halbertsma, Patricia van Ulzen (Rotterdam 2001) Nelleke Manneke en Arie van der Schoor, Het grootste van het grootste. Leven en werk van Abraham Tuschinski (1886-1942), (Capelle aan den IJssel 1997) Henk van Gelder, Abraham Tuschinski, (Amsterdam 1996) Alex de Haas, ‘A. Tuschinski, † 1942’ in Bekende Rotterdammers door hun stadsgenoten beschreven, (Rotterdam) 1951, 46-50