content

Adviesbureau Stadsplan Rotterdam

Het Adviesbureau Stadsplan Rotterdam (ASRO) was de rijksdienst belast met het ontwerp voor de herbouw van de Rotterdamse binnenstad. Het Adviesbureau Stadsplan Rotterdam (ASRO) was de rijksdienst belast met het ontwerp voor de herbouw van de Rotterdamse binnenstad.

Plan Witteveen

Bijna onmiddellijk het bombardement van 14 mei 1940 werd een begin gemaakt met de wederopbouw van Rotterdam. Al op 18 mei besloot het gemeentebestuur ir. W.G. Witteveen, directeur van de Gemeentelijke Technische Diensten, opdracht te geven een plan voor de nieuwe binnenstad te maken. Uitgangspunt was dat de oude structuur van de binnenstad niet gehandhaafd zou kunnen blijven. Al na enkele weken was het plan in eerste opzet gereed. Op 21 mei 1940 benoemde generaal Winkelman, die na het vertrek van de regering was belast met de wetgevende en uitvoerende macht, dr. ir. J.A. Ringers tot Regeringscommissaris voor de Wederopbouw, later gewijzigd in Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw en voor de Bouwnijverheid. Op Ringers' advies vaardigde Winkelman al op 24 mei 1940 een besluit uit, waarbij alle percelen met verwoeste gebouwen en de restanten van de gebouwen onteigend konden worden, inclusief datgene wat nodig was voor de uitvoering van Witteveens plan.

ASRO

Nadat alle voorwaarden voor de wederopbouw waren geschapen, werd door de Algemeen Gemachtigde per 23 december 1940 de Dienst voor de uitvoering van de Wederopbouw van Rotterdam (DIWERO) en per 1 januari 1941 het ASRO in het leven geroepen. Eindelijk kon daadwerkelijk met de wederopbouw worden begonnen. Ir. Witteveen werd tot hoofd van het ASRO benoemd.

De DIWERO en het ASRO waren rijksdiensten en stonden onder het gezag van de Algemeen Gemachtigde; zij onderhielden nauwe en geregelde contacten met het gemeentebestuur. Tot de taak van het ASRO behoorde in het bijzonder 'het plegen van overleg met belanghebbenden, het publiek van voorlichting te dienen en daarbij tevens te zorgen voor een geordend verloop van de toewijzing van bouwgrond. Op het bureau zullen belanghebbenden de gelegenheid hebben in overleg te treden over de plaats waar zij zullen herbouwen en over het plan van herbouw’. Wat niet duidelijk naar voren komt uit dit citaat is het feit dat het ASRO ook ingrijpende bemoeienissen had met onteigeningen van gronden in de verwoeste gebieden en in aangrenzende gemeenten. Veel gronden werden in 1941 geannexeerd, mede met het oog op het beschikbaar krijgen van nieuwe bouwgrond. Het doel van het ASRO was de wederopbouw zowel stedenbouwkundig als architectonisch zo goed mogelijk te verzorgen. Daarom onderhield het bureau ook een nauw contact met de Architectencommissie Rotterdam en de bij de herbouw betrokken architecten.

Huisvesting ASRO

De huisvesting van het ASRO gaf nogal wat problemen. Aanvankelijk was het bureau in de Gemeentebibliotheek gevestigd. Vanaf 6 augustus 1941 was het gehuisvest in het gerestaureerde gebouw van de Rotterdamsche Bank Vereeniging (Robaver) aan de Coolsingel. Rond 1 mei 1942 trok een gedeelte van het ASRO naar twee verdiepingen van Hotel-Atlanta. In november 1945 moest het hotel worden ontruimd om plaats te maken voor gerepatrieerden uit Indië. Het ASRO betrok toen een gedeelte van het Gerzon-gebouw aan de Korte Hoogstraat. Na een jaar, in december 1946, verhuisde men weer van dat gebouw naar het voormalige distributiekantoor aan het Haagse Veer achter het Stadhuis. Uiteindelijk besloot de gemeente op 10 februari 1949 het Robaver-gebouw aan te kopen, waarin nog steeds het merendeel van de ASRO-werkzaamheden plaatsvond. Nadat het gebouw door de Rotterdamsche Bank NV was ontruimd, kon begin 1949 het ASRO-personeel overgaan naar het Robaver-gebouw. In datzelfde jaar 1949 werd de ASRO samengevoegd met de Dienst voor Stadsontwikkeling.

Architectuur

Met betrekking tot de architectuur had het ASRO ook grote bevoegdheden. Het werkte daarbij nauw samen met de eveneens onder toezicht van de Algemeen Gemachtigde staande Architectencommissie. Deze commissie had tot taak het geven van adviezen betreffende de kwaliteiten van architecten, die in de kern van Rotterdam voor een (voorlopig) contract in aanmerking kwamen. De adviezen werden naar de directeur van het ASRO gezonden, die zijn oordeel eveneens bepaalde. Daarna werden de architect en bouwheer van het oordeel op de hoogte gesteld. Een negatief oordeel over een architect betekende echter niet dat zijn ontwerpen zouden worden afgekeurd.

Ging een bouwheer met een dergelijk architect in zee, dan werd het ontwerp toch door het ASRO op zijn kwaliteiten beoordeeld en bezien werd of het paste in de voorgestane architectuur van de straat. Deze laatste procedure gold overigens voor de ontwerpen van alle architecten. Om deze beoordeling in goede banen te leiden, werd een aantal 'betere architecten' aangesteld als supervisor, die elk in een toegewezen gebied de ontwerpen van individuele architecten moesten toetsen aan de voor dat gebied geldende richtlijnen.

Plan van Traa

De wederopbouw kwam in de oorlogsjaren langzaam op gang. Nadat in 1940 met man en macht het puin was opgeruimd, was men begonnen aan de aanleg van wegen en kanalen. Al spoedig echter moest men door gebrek aan materiaal het werk aanpassen en ten slotte geheel stilleggen. Eind 1944 heerste er in de binnenstad een doodse stilte.

In de gedwongen rustperiode van 1944 bezon men zich op de toekomstige opbouw en vormgeving van Rotterdam en vond een heroverweging plaats van het Plan Witteveen. Daarbij gingen de ideeën een andere kant uit dan Witteveen zelf wenste. Hij had getracht het historisch gegroeide Rotterdam enigszins te herstellen; ook wat betreft de gevelarchitectuur. Volgens de nieuwe ideeën moest het grootser en royaler worden en met moderne materialen in plaats van baksteen.

Toen Witteveen zag dat de ideeën niet tot overeenstemming waren te brengen, nam hij in 1945 teleurgesteld ontslag. Zijn naaste medewerker ir. C. van Traa volgde hem op. Het aldus ontstane bijgestelde plan, het zogenoemde Basisplan of Plan Van Traa, werd op 26 mei 1946 door de Raad vastgesteld. In 1949 werd de ASRO samengevoegd met de Dienst voor Stadsontwikkeling.

Literatuur
298 Adviesbureau Stadsplan Rotterdam (ASRO), 1940 - 1949 (1972)