content

B.H. Schelling's Oliehandel

In 1879 in Schiedam opgericht, was een van de eerste oliehandels in Nederland. Het bedrijf zette diverse filialen op in Nederland. In 1895 had B.H. Schelling ook een groothandel in oliën aan het Haringvliet en in 1918 vestigde ze zich aan de Voorhaven in Delfshaven.

De firma dreef handel in ‘automobieloliën en vetten’ en importeerde ook smeeroliën en vetten zoals de destijds overbekende merken York en Imperial. De oliën en vetten waren bestemd voor tractoren, motoren en stoommachines. Daarnaast verkocht de firma speciale smeerolie voor Dieselmotoren en ze leverde ook bijproducten zoals anti-vries. In 1921 adverteerde de Rotterdamse firma in het Rotterdamsch Nieuwsblad met de volgende opmerkelijke tekst: ‘een goede smeerolie voor een auto of motorfiets is even onontbeerlijk als voor een romp het hoofd’. Op 29 januari 1928 brak er een ernstige brand uit in de oliekokerij aan de Voorhaven. Terwijl men bezig was met het verdunnen van cilinderolie sloeg de vlam in de olie en het vuur greep razendsnel om zich heen. De brandweer wist de brand snel in te sluiten en daarmee een enorme ramp te voorkomen. Het was net op tijd want de duigen van de vaten in de kokerij waren al gesmolten en de olie stroomde al over de vloer.

Verduisteringszaak

Minder fraai was de betrokkenheid van de firma bij een verduisteringszaak die begon in 1924 en pas in 1935 aan het licht kwam. Het was gebruikelijk dat rijksoverheden en gemeentelijke overheden projecten in de openbare ruimte (gebouwen, bruggen enzovoort) aanbesteedden waarvoor bedrijven konden inschrijven. In die tijd gold dat de laagste inschrijver het project kreeg. In Rotterdam was een gemeenteambtenaar van het Rotterdams gasbedrijf belast met het secretariaat van het oliegasbureau dat voor gezamenlijke rekening werd geëxploiteerd door de gemeente Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam. In ruil voor inlichtingen over de bedragen waarvoor de concurrenten van Schelling bij aanbestedingen inschreven kreeg de ambtenaar steekpenningen. Kort voordat de inschrijving werd gesloten, had de ambtenaar namelijk nog contact met de directeur van Schelling’s Oliehandel waarbij hij de benodigde informatie uitwisselde. Steeds bleek Schelling dan de laagste inschrijfster te zijn. Zo wist Schelling in 1924 de levering van kolen en brandstofolie voor de ’s Rijkswerf te Willemsoord in de wacht te slepen en in 1926 de levering van brandstofolie aan de Rijksoverheid.

Cabaretrestaurant

In het najaar van 1994 opende Cabaret Restaurant Schellings haar deuren in het voormalige pand van N.V. B.H. Schelling’s Oliehandel. Het was het eerste en enige cabaretrestaurant van Rotterdam. Het presenteerde compleet verzorgde avonden. Een speciale cabaretgroep presenteerde tussen de dinergangen door optredens die vooral bestonden uit liedjes, improvisaties en sketches. Vele kleinkunstenaars, cabaretiers en entertainers traden er op. In 2012 ging Cabaret Restaurant Schellings failliet.