content

Busvervoer in Rotterdam

De eerste stadsbus reed op 4 november 1906 in Rotterdam. Het lijkt er op dat Rotterdam zich op een vroeg tijdstip aan dit experiment waagde. Amsterdam en Den Haag volgde pas in respectievelijk 1908 en 1910. De busdienst heeft zonder veel succes slechts een klein half jaar gefunctioneerd.

Automobielomnibus

De voorloper van de autobus is de ‘omnibus’ (Latijns ‘voor iedereen’), een wagen voor openbaar vervoer getrokken door een of meer paarden. De omnibus had een vast traject en reed op vastgestelde tijden. Ze werd vooral in de negentiende en begin twintigste eeuw gebruikt. Toen werden de paarden vervangen door een motor. De motoromnibus of de automobielomnibus (automobiel = zichzelf voortbewegend) was een feit. Ze werd al snel ‘auto-omnibus’ genoemd, toen ‘autobus’ en tot slot kortweg ‘bus’. Zo werd op 25 december 1921 de ‘auto-omnibus’ Tuindorp buiten dienst gesteld.

ROM

In het begin van de twintigste eeuw was er in Berlijn en Londen geëxperimenteerd met motor-omnibussen. Rotterdam zag er wel brood in. Geen dure aanleg van tramrails, niet meer het dagelijks voeren van paarden en nog snel bovendien. In juni 1906 diende de Rotterdamsche Omnibus Mij (ROM) bij de gemeente een aanvraag in voor de exploitatie van autobussen op de lijn Kralingen-Delfshaven. De firma kreeg toestemming voor vijf standplaatsen in de stad, waarvoor ze de gemeente betaalde. Ze bestelde meteen tien autobussen van het Franse merk ‘Lacoste et Battman’. Elke bus kon in totaal 36 passagiers vervoeren, maar dan moesten er wel zestien op de open imperiaal boven op het dak.

Storingen

Onder politietoezicht werden de eerste proefritten op 15 september gemaakt en de bussen reden voor het eerst op 4 november 1906. Aan publiek had de firma niet te klagen, maar de pret was gauw voorbij toen bleek dat de motoren van de wagens te licht waren en dat de slechte Rotterdamse wegen voor vele veerbreuken zorgden. Regelmatig was men genoodzaakt de zo hoopvol begonnen reis te voet af te leggen. En dat terwijl men voor het traject toch 7 ½ cent enkele reis had moeten neerleggen. Al eind november moest de lijndienst worden gestaakt omdat de bussen eerst gerepareerd moesten worden. Op 2 december werd ze hervat maar regelmatige storingen noodzaakten tot het inzetten van de paardenomnibussen. Toen op 10 januari 1907 de garage afbrandde was dat tevens het einde van de busmaatschappij. De dienst had zonder veel succes slechts een klein half jaar gefunctioneerd. Het zou nog jaren duren voordat er in Rotterdam weer autobussen voor het openbaar vervoer zouden worden gebruikt.

Rondje Nederland

De eerste stadsbus reed dus op 4 november 1906 in Rotterdam. Het lijkt er op dat Rotterdam zich op een vroeg tijdstip aan dit experiment waagde. De eerste stadsbus in Amsterdam reed namelijk pas in 1908 en Den Haag volgde in 1910. Overigens was er een zeer reislustige Rotterdammer die op 17 september 1906 verslag deed van zijn reis per autobus door maar liefst heel Nederland. Waar hij in Rotterdam opstapte, is niet bekend maar de hele buurt was uitgelopen omdat ze zoiets nog nooit had gezien: ‘een heuschelijken omnibus zonder magere paarden’. Er waren zes passagiers aan boord en een ervaren chauffeur, een knecht en een technicus. Die laatste was hard nodig want ook deze bus vertoonde om de haverklap allerlei mankementen.