content

Gasfabrieken in Rotterdam

Installatie waar gas werd geproduceerd voor vooral verlichting van straten, woningen en bedrijven. Dat gebeurde door kolen via zogenoemde ‘droge destillatie’ om te zetten in gas. Rond 1900 telde Rotterdam drie gasfabrieken: in Kralingen, Feijenoord en de derde in Rotterdam-West.

Eerste gasfabrieken

De eerste gasfabriek in Rotterdam was in 1825 gesticht door de Imperial Continental Gaz Association (ICGA). Deze kreeg later concurrentie van de Nieuwe Rotterdamsche Gasfabriek in Kralingen. Beide waren particuliere bedrijven, die echter hun activiteiten moesten staken nadat de gemeente in 1882 had besloten de gasproductie in eigen hand te nemen. De gemeente exploiteerde toen al een paar jaar een gasfabriek aan de Persoonshaven in Feijenoord. Deze produceerde aanvankelijk vooral voor bedrijven in de omgeving, zoals de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij en de spoorwegen. Na het intrekken van de vergunning nam de gemeente ook de andere twee installaties over.

Gasfabriek Kralingen

Toen in de jaren ‘20 elektrische verlichting in zwang raakte, stopte de gasfabriek in Kralingen de productie. De gashouders bleven wel in gebruik. Tijdens het bombardement in de eerste oorlogsdagen werd een deel van het complex, dat zich uitstrekte van de Oostzeedijk tot de Oudedijk, verwoest. Na de oorlog werd op dit stuk een nieuwe woonwijk gebouwd, de Vlinderbuurt. Wat resteerde van de oude gasfabriek ging in 1970 grotendeels in vlammen op, nadat jongeren voor de zoveelste keer brand hadden gesticht in de leegstaande gebouwen.

Sluiting laatste gasfabrieken

Kort daarvoor was ook het doek gevallen voor de gasfabrieken in Feijenoord en Rotterdam-West. Na de sluiting van de Kralingse fabriek, waren deze twee blijven draaien om gas produceren voor (stads)verwarming en koken. Na de ontdekking van de gasbel in Slochteren werden ze echter overbodig, omdat Nederland toen overstapte op aardgas. In april 1967 staakte de gasfabriek aan de Keilehaven zijn productie, een jaar later gevolgd door die in Feijenoord. Tweehonderd van de vierhonderd werknemers verloren hun baan.

Hergebruik gaskoepels

In 1970 werd de gasfabriek aan de Persoonshaven gesloopt, maar de twee karakteristieke bollen, een torentje en een van de gashouders, iets verderop, bleven staan. Inmiddels had een aantal bewoners van Feijenoord en het Noordereiland zich verenigd in de Werkgroep Gasfabriek om plannen te bedenken voor de herinrichting van het terrein. Ze stelden voor er een park aan te leggen en de gaskoepels te verbouwen tot jeugdhonk. Verder vonden ze dat er een klein zwembad moest komen. In het verleden was er in het nabij gelegen Mallegat namelijk ook een drijvend zwembad geweest. Het terrein werd een paar jaar later inderdaad ingericht als park. In december 1974 werd de grootste gaskoepel, die plaats bood aan 150 mensen, bovendien in gebruik genomen als wijkcentrum. Een zwembad kwam er echter niet.

Bodemverontreiniging

In 1983 werd duidelijk dat de grond in het Mallegatpark verontreinigd was. Het park ging toen zelfs enige tijd dicht omdat er gas uit de bodem was vrijgekomen. Eerder was er ook al gif gevonden op het terrein van de voormalige gasfabriek in Kralingen. De sanering van dát terrein zou echter duren tot de jaren ’90.