content

H.J. Viersen (1927-2007)

De eerste wethouder Haven en Economische Ontwikkelingen van de gemeente Rotterdam. In de jaren zeventig stond Viersen mede aan de basis van het Rotterdamse CDA. In 1975 verliet hij de Rotterdamse politiek en werd directeur van het Ministerie van Volkshuisvesting.

Groenvoorziening

Viersen trad aan als wethouder in 1966 en maakte toen deel uit van de fractie van de Christelijk Historische Unie. Viersen toonde zich in zijn tijd een groot voorstander van herinrichting van de Coolsingel. Hij pleitte ervoor om grote, brede wegen te voorzien van rijen bomen, niet alleen aan de zijkanten maar vooral in het midden. Daardoor werden de asfaltwegen visueel verkleind. Niet alleen de Coolsingel zou bomenrijen moeten krijgen, maar ook wegen zoals het Weena, de Westzeedijk, het Stadhuisplein, de Mariniersweg, het Pompenburg en het Schouwburgplein aan de Doelenzijde. Zo’n achthonderd grote bomen werden daadwerkelijk geplant langs onder andere de Goudsesingel, het Pompenburg, de Mariniersweg en op het Kruisplein. Ook pleitte hij voor het behoud van de monumentale gevels aan het Eendrachtsplein.

Havenwethouder

.J. Viersen (1927-2007) was de eerste wethouder Haven en Economische Ontwikkelingen van de gemeente Rotterdam. In de jaren zeventig stond Viersen mede aan de basis van het Rotterdamse CDA. In 1975 verliet hij de Rotterdamse politiek en werd directeur van het Ministerie van Volkshuisvesting.Groenvoorziening Viersen trad aan als wethouder in 1966 en maakte toen deel uit van de fractie van de Christelijk Historische Unie. Viersen toonde zich in zijn tijd een groot voorstander van herinrichting van de Coolsingel. Hij pleitte ervoor om grote, brede wegen te voorzien van rijen bomen, niet alleen aan de zijkanten maar vooral in het midden. Daardoor werden de asfaltwegen visueel verkleind. Niet alleen de Coolsingel zou bomenrijen moeten krijgen, maar ook wegen zoals het Weena, de Westzeedijk, het Stadhuisplein, de Mariniersweg, het Pompenburg en het Schouwburgplein aan de Doelenzijde. Zo’n achthonderd grote bomen werden daadwerkelijk geplant langs onder andere de Goudsesingel, het Pompenburg, de Mariniersweg en op het Kruisplein. Ook pleitte hij voor het behoud van de monumentale gevels aan het Eendrachtsplein.

Havenwethouder

In 1970 werd Viersen wethouder Haven en Economische Ontwikkeling. Dat was een novum: voor het eerst viel de haven onder de verantwoordelijkheid van een wethouder, niet van de burgemeester. Het was geen gemakkelijke periode voor de eerste Rotterdamse havenwethouder; er was sprake van afkalvende steun voor havenexpansie, een toenemend protest tegen het gevoerde beleid en in 1973 brak de oliecrisis uit.

Verbreding van de Rotterdamse economie

Als wethouder onderkende H.J. Viersen het te eenzijdige economische karakter van de stad. De haven had te veel centraal gestaan in het beleid en er was te weinig aandacht besteed aan andere sectoren en aan de kwaliteit van het stedelijk leven. Om die reden zette hij in op het verbreden van de economische basis van de stad. Hij was een groot voorstander van een Wereldhandelscentrum: een internationaal zakencentrum als katalysator voor hoogwaardige dienstverlening en nieuwe logistieke ontwikkelingen. Zijn visie op de economische structuur van Rotterdam en het belang dat hij hechtte aan de relatie tussen stad en haven, kenmerkten zijn wethouderschap.

Landelijke politiek

Als vooraanstaand lid van de Christelijke Historische Unie, stond Viersen mede aan de basis van de oprichting van het Rotterdamse CDA in 1974. In februari 1975 verliet hij de Rotterdamse politiek en werd directeur-generaal op het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. In die functie was hij de grondlegger van de decentralisatie van het volkshuisvestingsbeleid naar de gemeenten. Later werd hij voorzitter van de Raad van Bestuur van het Bouwfonds. Onder zijn leiding groeide het Bouwfonds uit tot een brede en succesvolle vastgoedonderneming. Eind jaren tachtig werd H.J. Viersen voorzitter van de Raad voor de Kunst.