content

Italianen in Rotterdam

In de negentiende eeuw vestigde zich de eerste grote groep Italianen in Rotterdam. Dat waren vooral ambachtslieden. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de Italianen als gastarbeiders naar Nederland voor werk in fabrieken, op scheepswerven en in de mijnen.

In drie ‘golven’

Tussen 1876 en 1945 emigreerden in totaal negentien miljoen mensen uit Italië naar andere delen van Europa en Amerika. In Nederland nemen ze echter een bescheiden plaats in. De Italianen kwamen in drie ‘golven’ naar Nederland: in de negentiende eeuw, tijdens het Interbellum (1914-1940) en na de Tweede Wereldoorlog. In Rotterdam vestigden de meeste Italianen zich in het oude centrum. Sommige beroepsgroepen, zoals schoorsteenvegers, gingen bij elkaar wonen. De immigranten woonden overwegend in pensions en hotels en bij particulieren.

Schoorsteenvegers en scharenslijpers

De grootste groep in de negentiende eeuw vormden de schoorsteenvegers. Zij kwamen uit Ticino, tegen de Zwitserse grens. Een groot deel van hen was jonger dan vijftien jaar. Een andere groep waren de scharenslijpers. De schoorsteenvegers woonden in de Nieuwstraat en de Molensteeg. Scharenslijpers woonden in de Korte Wagenstraat en in de Nieuwsteeg.

Kunstenaars

De tweede groep werd gevormd door muzikanten, artiesten (koorddansers, acrobaten) en (opera)zangers. Deze kwamen vaak uit het midden van Italië. Onder hen waren ook vrouwen en vooral veel kinderen. Velen waren op doorreis maar als ze in Rotterdam bleven dan was dat in Rotterdam-Oost, onder meer in de Sophiastraat.

Kooplieden, handelaren, zeelieden en beeldenmakers

De derde categorie waren de kooplieden en handelaren. Zij waren vooral afkomstig uit Noord-Italië en ze vestigden zich vaak dicht bij de haven. Een andere groep vormde de zeelieden. Dan had je nog de beeldenmakers: makers en kooplieden van kleine gipsen beeldjes en ornamenten. Dat waren geen stukadoors, die waren al in de zeventiende eeuw naar Rotterdam gekomen.

Terrazzowerkers

Tijdens het Interbellum waren de terrazzowerkers de grootste groep. Ze maakten granieten vloeren, badcellen en aanrechten. Ze kwamen uit het noord-oostelijk deel van Italië. In 1934 adverteerde bijvoorbeeld A. Ramperti als terrazzo- en granitowerker, schoorsteenveger en metselaar. Daarnaast had je als vanouds de beeldenmakers.

IJsverkopers

Nieuw waren de ijsverkopers. De ijsverkopers zijn het bekendst, terwijl het toch maar om een kleine groep ging. Ze danken hun bekendheid aan het directe contact met de Nederlander. Hun ijskarretjes en ijssalons werden een bekend verschijnsel in de Nederlandse steden. Zo verkocht Angelo Betti, die in 1927 naar Rotterdam was gekomen, behalve beelden ook ijs. Zijn ijssalon aan de Schiekade trekt heden ten dage nog steeds veel liefhebbers van italiaans ijs.

Gastarbeiders

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de Italianen, samen met de Spanjaarden, als gastarbeider naar Nederland. Ze werden vooral als arbeider te werk gesteld in fabrieken, in scheepswerven en in de mijnen.