content

Joden in Rotterdam

Sinds 1610, toen zich de eerste Joden in de stad vestigden, heeft Rotterdam een joodse gemeenschap. Begin 20e eeuw was het, na die van Amsterdam, zelfs de grootste joodse gemeente van Nederland.

Portugese en Hoogduitse joden

Rotterdam kent een lange joodse geschiedenis: omstreeks 1610 kwamen de eerste Joden in Rotterdam. Deze zogeheten Portugese joden kregen toen toestemming om een synagoge met een begraafplaats op te richten. Een groepje Hoogduitse joden volgde omstreeks 1650. Aan het eind van de 18e eeuw was de joodse bevolking van zo’n 50 mensen uitgegroeid tot ruim 2.500. Verreweg het grootste deel bestond uit zeer arme mensen. Rotterdam was, na Amsterdam, de grootste joodse gemeente van Nederland.

Oost-Europese joden

Toen Rotterdam tussen 1800 en 1900 een enorme economische ontwikkeling doormaakte, trok dat ook joodse immigranten. De joodse gemeente werd vier keer zo groot. Vanaf 1875 kwamen nog tienduizenden Oost-Europese joden Rotterdam binnen die op de vlucht waren voor de Russische pogroms. Verenigingen zoals Montefiore en Elim boden hen hulp.

Synagogen en sjoelen.

De Portugese joden richtten kort na 1647 in het huis op de hoek van de Wijnhaven en de Bierstraat hun eerste synagoge in. De Hoogduitse joden deden dat in 1674 aan de Glashaven. In het begin van de 18e eeuw voegde de Portugese joodse gemeenschap zich bij de Hoogduitse; ze vestigden aan de Boompjes een grote synagoge die in 1725 werd ingewijd. In 1891 werd een nieuwe centrale synagoge ingewijd aan de Botersloot. Verder waren er nog kleinere sjoelen verspreid over de stad.

Joodse begraafplaatsen

Er waren in Rotterdam verschillende joodse begraafplaatsen:

  • bij de Jan van Loonslaan in het Centrum, gebruikt van 1613 tot 1695;
  • in Crooswijk, gebruikt van 1695 tot ca. 1700 en in 1864 overgenomen door de Rooms Katholieke Gemeente;
  • aan de Oostzeedijk in Kralingen, gebruikt van 1696 tot 1820;
  • bij de Dijkstraat in Kralingen, gebruikt van 1737 tot 1895 en in 1966 definitief geruimd;
  • bij de Dirck Hoffstraat in Delfshaven, gebruikt van 1865 tot 1898 en in 1923 geruimd,
  • en de begraafplaats aan het Toepad in Kralingen, gebruikt van 1895 tot heden

Joods leven

Vóór de oorlog had Rotterdam een levendige joodse gemeenschap die 13.000 leden telde. De joodse buurt was tot de jaren twintig geconcentreerd rond de Ammanstraat. De joodse gemeenschap had minstens zeventig verenigingen op velerlei terrein. Er waren vijf joodse godsdienstscholen waar buiten schooltijd les werd gegeven. Rotterdam kende geen aparte joodse school omdat de meeste joden het belangrijk vonden dat hun kinderen samen met andersdenkenden opgroeiden. Vanwege de Jodenvervolging in Duitsland nam vanaf 1933 het aantal joden in Rotterdam toe. Als gevolg daarvan werd de synagoge aan de Gedempte Botersloot in 1938 ingrijpend verbouwd en uitgebreid.

Joodse burgers

Nadat de joden in 1796 dezelfde burgerrechten hadden gekregen als andere inwoners, namen zij een steeds grotere plaats in het openbare leven in. In 1824 werd voor het eerst een joodse Rotterdammer – Daniël Mozes Ezechiels – in de gemeenteraad gekozen. Als bankier behoorde hij tot de gegoede stand. Een bekende joodse industrieel was de margarinefabrikant Simon van den Bergh, Lodewijk Pincoffs was een joodse ondernemer en bestuurder. Verder kende Rotterdam vooraanstaande joodse krantenredacteuren, artsen, juristen en politiemensen, zoals de socialistische schrijver Herman Heijermans en Dina Sanson, de eerste vrouw bij de Nederlandse politie. De eerste filmlocatie in Rotterdam, Casino Variété aan de Coolsingel, werd in 1898 gevestigd door Samuel Soesman, een telg uit de bekende joodse theaterfamilie. En dat in Rotterdam in 1911 de eerste bioscoop opende, was te danken aan Abraham Tuschinski, de Poolse kleermaker die eigenlijk naar Amerika had willen emigreren. Rotterdam groeide zeer snel in die tijd en iedereen met talent en wilskracht kon daarvan profiteren.