content

Openbaarheidsmaand 2018: de lotgevallen van Yeh Yen Go tijdens de Tweede Wereldoorlog (1942)

11 januari 2018

Van talloze overheidsarchieven schuift in 2018 de openbaarheidsgrens een jaartje op. Een van de dossiers die zijn vrijgegeven is een register inzake de registratie/telling/arrestatie van Chinezen in en buiten Rotterdam uit 1942 in het archief van de Gemeentepolitie Rotterdam (inv.nr. 990). Dit geeft een soms schokkend beeld van de behandeling van deze bevolkingsgroep tijdens de oorlogsjaren.

Al voor de Tweede Wereldoorlog bestond in Nederland een Chinese gemeenschap. Die werd deels gevormd door studenten uit toenmalig Nederlands-Indië en voor een ander deel door arbeiders en zeelieden die in de havens van Amsterdam en Rotterdam werkten. De eersten hadden zich in 1911 hier gevestigd, nadat ze door Nederlandse reders waren ingehuurd om een grote zeemansstaking te breken.

Met de economische crisis van 1929 werden de Chinese zeelieden massaal op straat gezet. In Katendrecht groeide de Chinese gemeenschap daardoor tussen 1929 en 1931 van 534 naar 1306 personen. Omdat ze de Nederlandse taal niet spraken vervielen ze al snel tot diepe armoede. Alleen Chinezen die met een Nederlandse vrouw waren getrouwd en kinderen hadden, konden aanspraak maken op wat geld. Vanwege de slechte economie vertrokken in de jaren ‘30 dan ook veel Chinezen uit Nederland. En dat was niet altijd vrijwillig.

'Overtollige Chinezen'

Op Katendrecht wordt de bonnenlijst in het Chinees bekendgemaakt (ca. 1944). Foto: J. van RhijnIn 1936 publiceerde socioloog Frederik van Heek een studie getiteld Chineesche immigranten in Nederland. Hij betoogde daarin dat economisch waardevolle Chinezen aanspraak moesten kunnen maken op financiële hulp wanneer zij werkloos of ziek raakten. Oude en 'overtollige Chinezen' zouden wat hem betreft moeten worden gedeporteerd naar China. Hij schatte het aantal 'overtollige Chinezen' op meer dan 800.

Louis Einthoven, die in 1933 hoofdcommissaris van de Rotterdamse politie werd, maakte dankbaar gebruik van Van Heeks adviezen om het aantal Chinezen in de stad terug te dringen. Hij wist een paar scheepvaartmaatschappijen zover te krijgen om de 'overtollige Chinezen' voor een lage prijs naar Java te vervoeren en vandaar verder naar Singapore en Hongkong. De maatregelen werden in een rap tempo uitgevoerd, zodat de betrokkenen nauwelijks kans hadden tegen hun uitzetting in beroep te gaan. Uiteindelijk werden ongeveer 1000 Chinezen het land uitgezet. Aan de vooravond van de oorlog waren  in Katendrecht nog zo’n 200 Chinezen over.

Tweede Wereldoorlog

In het archief van de Politie Rotterdam bevindt zich een register inzake de registratie, telling en soms arrestatie van Chinezen in en buiten Rotterdam, 1942. Reden voor detentie van Chinezen (in het vreemdelingendepot in Middelburg) kon bijvoorbeeld zijn dat zij betrekkingen onderhielden met Nederlandse vrouwen of een speelhol exploiteerden. In plaats van detentie konden ze te werk worden gesteld in het ‘Werkkamp voor Rotterdamsche Chinezen’, op de Drentse heide bij het plaatsje Echten.

Een bijzonder verhaal betreft de lotgevallen van Yeh Yen Go, geboren 13 mei 1912 in Chekiang en koopman van beroep. Volgens het politiedossier verbleef hij in een pension aan de Mijnsherenlaan 46a. Volgens de hoofdbewoner Cornelis van der Starre onderhield deze Chinees ongeoorloofde betrekkingen met zijn vrouw Antonia Scheffer. Van der Starre verklaarde dat het reeds lange tijd gewoonte was dat hij en de Chinees om beurten een nacht bij zijn vrouw sliepen. De Chinees werd daarop als gevaarlijk voor de ‘openbare zedelijkheid’ in bewaring gesteld.
Antonia schreef daarop aan de politie: ‘om eerlijk te zijn wil ik u edele wel bekennen dat mijn kostganger beter voor mij was dan mijn man.’ Ze vond het zielig dat Yeh Yen Go in hechtenis was genomen. Ze leefde inmiddels gescheiden van haar man (met wie ze een dochtertje had) omdat die toch de kost niet kon verdienen.
Antonia’s tussenkomst mocht echter niet baten. Yeh Yen Go werd op 12 juni 1942 in bewaring gesteld. Na drie maanden werd hij tewerkgesteld in Brabant. Op 23 oktober 1942 kreeg de politie een telefoontje van de Marechaussee te Gemert dat Yeh Yen Go met een maat het werkkamp bij Deurne zonder vergunning had verlaten. Een paar dagen bleek dat Yeh Yen Go in de kraag was gevat en te zijn overgebracht naar Rotterdam waar hij als ongewenste vreemdelingen in bewaring werd gesteld. Afloop – zover kan worden nagegaan in openbaar archief – is helaas onbekend. Cornelis van der Starre stierf 9 april 1945 in Schwerte (Duitsland).

Verboden huwelijk

Een ander geval betreft de chinese ‘aannemer van schepelingen’ Tsang Yong (geboren 26 maart 1903). Hij trad op 3 november 1942 in Apeldoorn in ondertrouw met de gescheiden vrouw Cornelia Wilhelmina Meijer. Tsang Yong woonde in Rotterdam aan de ’s-Gravendijkwal 163. Hij werd op 6 november in Rotterdam aangehouden, maar reeds op 12 november vrij gelaten nadat hij had verklaard niet met de vrouw te zullen huwen. Hij schreef zijn vrouw wat hem was overkomen en beloofde haar elke week f 2,50 te sturen ‘als bijdrage voor onderhoud van het kind.’ Tsang Yong: ‘Voorheen wist ik niet dat het Chineezen verboden was in het huwelijk te treden met Nederlandsche vrouwen. Thans weet ik dit en zal daarom in het vervolg niet meer met haar omgaan.’ (eensluidende vertaling uit het Chineesch door beëdigd vertaler A.H. Welling).

De slechte behandeling die Chinezen ten deel viel werd evenwel niet exclusief veroorzaakt door de racistische opvattingen van de Duitse bezetter. In het genoemde register uit het archief van de Gemeentepolitie Rotterdam zitten bijvoorbeeld anonieme brieven van Nederlanders, met teksten zoals: 'Mijn heer, U weet wel die Chinees van Keiser dat Cafe in de Delistraat waar leef die nu van alle Chinezen moeten werken waar voor hij dan niet want hij leef tenslotte ook maar van die vrouw etc.’. De politie stelde een onderzoek in: ‘Inval gedaan bij betrokken Chinees (…) waarbij bleek dat hij reeds 4 weken ernstig ziek is ten gevolge van pleuris.’