content

Openbaarheidsmaand: 'een nuttig bestrijdingsmiddel tegen gedwongen lediggang'

31 januari 2017

Van talloze overheidsarchieven schuift in 2017 de openbaarheidsgrens een jaartje op. In het Archief van het Burgerlijk Armbestuur / Maatschappelijk Hulpbetoon (archiefnr. 57) is een dossier openbaar geworden inzake de verstrekking van volkstuinen aan werklozen (inv.nr. 1569)

Volkstuin. Foto: Ary GroeneveldIn Rotterdam hoopte in 2012 de toenmalige wethouder Marco Florijn (Sociale Zaken) bijstandsgerechtigden aan een baan te helpen in de glastuinbouw. Ondernemers in het Westland zaten volgens hem om personeel te springen. Ze bleken echter een voorkeur te hebben voor scholieren, studenten en immigranten uit Midden- en Oost-Europa, constateerde Florijn in een brief aan de raad. Tuinbouwers in het Westland hadden kennelijk niet veel op met Rotterdamse werklozen. Slechts 26 bijstandsgerechtigden uit Rotterdam gingen rond 2012 in de kassen aan het werk. Rotterdam ging toch nog door met het project en hielp in 2015 60 mensen aan een baan in de tuinbouw.

Handen uit de mouwen

Dat werklozen hun handen uit de mouwen mogen/moeten steken was overigens geen nieuw idee. In april 1932 ontving de wethouder voor Maatschappelijk Hulpbetoon in Rotterdam een advies van de directeur van de gelijknamige dienst over een verzoek van het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland (AVVN) om werklozen kosteloos de beschikking te geven over een volkstuin met gratis gereedschap, zaai- en pootgoed. Dit zou een nuttig bestrijdingsmiddel vormen tegen de minder gunstige gevolgen van ‘gedwongen lediggang.’ En hoe luidde het advies? Gezien het vergevorderde jaargetijde was het verzoek niet voor inwilliging vatbaar. De meeste geschikte grond was al in huur uitgegeven en er zou sprake zijn van ongelijkheid: de een betaalt huur, de ander niet.

De directeur won advies in bij andere grote steden. In Amsterdam exploiteerde de Bond van Volkstuinders twee complexen waarvoor van de daarop gelegen tuintjes geen huur was verschuldigd aan de gemeente. Van deze tuintjes mochten er 100 voor de tijd van 1 jaar worden uitgegeven aan ‘werklooze ondersteunde gezinshoofden.’ Gaat een van de huurders aan het werk, dan zal hij geen steun meer ontvangen en moet hij huur betalen voor het tuintje.

Volgens de directeur van de Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon (MHB) in Rotterdam wierpen de ontvangen inlichtingen geen nieuw licht op de zaak. ‘De Administrateur der Afdeeling Plaatselijke Werken’ bood desalniettemin een driehoekig terrein achter de barakken aan de Boezem aan, goed voor circa 260 tuintjes. Voor afwaterings-greppels en afscheiding moesten de gebruikers zelf zorgen. Directeur Van Walsem van MHB ging – gezien het gevorderde seizoen (najaar 1932) - akkoord met de tijdelijk gratis uitgifte van deze volkstuintjes. Uiteindelijk moest een geringe huur worden betaald van 2 cent per vierkante meter. Een gemiddeld tuintje had een oppervlakte van 200 m2.

De directeur Gemeentewerken bepleitte met succes om de tuintjes toch gratis uit te geven mits de werklozen zelf de nodige werkzaamheden zouden verrichten (dat was volgens hem goedkoper dan zijn dienst met werkzaamheden op te zadelen).Het college van B&W besloot conform en gelastte ook nog de aanleg van een brug bij de barakken.

Pensioen?

Dat in de jaren dertig de volkstuinen erg in trek waren, kwam door de crisis. Helaas werden ze regelmatig door stadsuitbreiding bedreigd wat rampzalig was voor de gedupeerden. In 1937 werden zo’n honderd meest werklozen op die manier benadeeld. Gunde ‘men’ werklozen nog wel een tuintje, tuinierende arbeiders zag men toch ook wel als concurrentie van de beroepstuinders.
Tegenwoordig ziet men moes-tuinieren als een vorm van milieuvriendelijk handelen, participatie (sociaal) en een gezonde geest in een gezond lichaam. Staatssecretaris Klijnsma (pvdA) adviseerde in 2014 Nederlanders een moestuin te nemen als aanvullend pensioen.