content

Oproerlingen gefusilleerd, 1813

Protesten tegen de werving van soldaten voor het Franse leger in 1813 worden door de rechtbank bestraft met executie.

In april 1813 doen zich onlusten voor. In het Departement van de Monden van de Maas waar Rotterdam onder valt, trekken troepen jongemannen onder het zingen van oproerige liederen en het roepen van Oranje Boven door de straten van dorpen en steden. In Rotterdam verstoort een menigte op 17 april de inschrijving voor de nieuw te vormen nationale garde. Het verzet breidt zich snel uit, onder andere naar Zevenhuizen, Bleiswijk en Bergschenhoek.

Om de oproerlingen te berechten, stelt het Franse gezag een ‘commission militaire’ in. Vanuit zijn zetel in Rotterdam laat commissaris-generaal De Marivault van het Departement verdachten van oproer hier gevangenzetten. Drie van hen worden ter dood veroordeeld en op 7 en 9 juli onder grote publieke belangstelling gefusilleerd op het exercitieveld aan de Maas bij Schoonderloo. Ordeverstoringen doen zich hierbij niet voor.