content
Rotterdam 3D

Rotterdam in 1950

Rotterdamse binnenstad in 1954

Na vijf lange jaren te zijn overheerst door de Duitsers, kan Rotterdam eindelijk echt aan de slag met de wederopbouw van de verwoeste stad. De twee decennia volgend op het einde van de Tweede Wereldoorlog vormen misschien wel de bekendste periode uit de geschiedenis van het moderne Rotterdam.

In de jaren na de oorlog ontstaat een nieuw stadscentrum met veel qua architectuur markante winkels en grootstedelijke verzamelgebouwen. De alom heersende woningnood probeert men op te lossen met nieuwe, moderne woonwijken met open bebouwing, gemeenschappelijke tuinen, wijkvoorzieningen en scheiding van wonen en verkeer. Het zuiden van Rotterdam op de linker Maasoever wordt belangrijker en krijgt een centrum.

Tegelijkertijd eist het herstel van de in de oorlog vernielde havens en haveninstallaties in en rond de stad alle aandacht. Vanaf het midden van de jaren vijftig breidt de zeehavenindustrie zich door zeer grote investeringen uit. Er worden vooral voor de petrochemische sector langs de Nieuwe Waterweg nieuwe havens en installaties aangelegd op steeds grotere afstand van de stad. In het transport breekt vanaf de jaren zestig de container door en voor de toenemende overslag verrijzen enorme terminals.

Om de verschillende nieuwe naoorlogse wijken met elkaar te verbinden is er grote behoefte aan nieuwe wegen. In de jaren zeventig ontstaat de zogenaamde ‘ruit’ rond Rotterdam, een geheel van kruisingsvrije vier- en zesbaansautowegen. In de binnenstad zorgt het moeilijk bereikbare stadscentrum voor opstoppingen. Vooral de tunnel- en brugverbinding tussen het noordelijk en zuidelijk deel van Rotterdam met nieuwe woon- en werkgebieden geeft problemen. De oplossing eind jaren zestig is een nieuw vervoersmiddel: een moderne ondergrondse metro die een schakel vormt tussen vervoersstromen van trein, bus en auto.

Een groot probleem is door al deze naoorlogse inspanningen nog niet aangepakt: de sanering van de oude, negentiende-eeuwse stadswijken. Rond 1970 ontstaan in reactie hierop en uit onvrede met het leven in de stad bewonersorganisaties die pleiten voor stadsvernieuwing. In deze sfeer beginnen ook het milieu en de milieuoverlast door de industrie de aandacht te eisen in een tijd dat de onafgebroken industriële groei door de economische crisis tot stilstand komt. In de jaren zeventig breken er met het popfestival in Kralingen, de Europacup en Wereldbeker voor Feyenoord en de oprichting van de Erasmusuniversiteit andere tijden aan.