content

Russische vluchtelingen

Aan de grote emigratie vanuit Oost-Europa, die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw begon, kwam met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog abrupt een einde. Door de oorlogshandelingen vertrokken weinig schepen uit Rotterdam. Russen die naar Rotterdam reisden tijdens de Eerste Wereldoorlog waren meestal gevlucht uit Duitse krijgsgevangenen- en interneringskampen.

Inhoudsopgave

Aankomst

Vanaf 1915 kwamen Russische militairen Rotterdam binnen. Zij waren gevangen genomen aan het oostfront en in Duitsland te werk gesteld in de landbouw, mijnen of munitiefabrieken. Aangezien Duitsland zoveel mogelijk mannen nodig had aan het front, was de bewaking niet streng. Daardoor was het makkelijk te ontsnappen. Om de interneringskampen vaak vlak bij de Nederlandse grens lagen, kwamen veel Russen, maar ook krijgsgevangenen van andere nationaliteiten, in ons land terecht, onder meer in Rotterdam waar een kleine Russische “kolonie” ontstond.

Een tweede groep Russische vluchtelingen die naar Rotterdam trok, bestond uit seizoenarbeiders van vaak Poolse of Oekraïense etniciteit die voor de oorlog in het Roergebied werkzaam waren geweest, in de zware industrie, in de bouw of in de mijnen. Nadat in 1914 de oorlog uitbrak, werden ze door de Duitsers geïnterneerd. Enkele duizenden ontsnapten en trokken naar Rotterdam. Daar kwamen ook nog Joodse landverhuizers uit Rusland bij die de gewenste oversteek naar Amerika niet meer konden maken.

De militairen werden opgevangen door het Russisch Comité voor ontvluchte Krijgsgevangenen aan de Veerhaven 17b, onder auspiciën van het Russisch consulaat. Er was voor hen een werkplaats ingericht aan de Glashaven 12a, waar ze een beroep konden leren en er was zelfs een Russische club aan de Delftsevaart 53.

De overige vluchtelingen werden opgevangen door de Commission officielle à l’Assistance des Refugiés Russes aan de Wijnhaven 62, later aan het Slagveld (bij het huidige Hofplein). Tot 1917 werden de kosten voor de opvang bekostigd door Rusland, na de ineenstorting van het Russische rijk betaalde Nederland deze kosten in de hoop deze na de oorlog op de Sovjet-Unie te verhalen. Vanaf eind 1916 werden ze voornamelijk opgevangen in hotels en vaak speciaal ingerichte pensions of logementen. Eind 1917 waren er 2200 Russische burgervluchtelingen, vooral in Katendrecht en Delfshaven, en zo’n 300 Russische krijgsgevangenen in de stad. Er waren ook nog vluchtelingen neergestreken in Schiedam. Vaak moesten veel Russen één kamer delen en sliepen twee personen in een eenpersoonsbed.

Overlast

Over het gedrag van de Russen waren veel klachten, dit komt door de grote hoeveelheden alcohol die werden gedronken. Het geld voor drank en sigaretten verkregen ze door gedoneerde kleding te verkopen of zakken te rollen. Een voorbeeld van de overlast is dat één van de Russen ‘s nachts terugkwam bij een gesloten hotel, om toch binnen te komen gooide hij een steen door de ruit van zijn kamer. Eenmaal is er zelfs ingebroken bij de buren om daar te slapen. Op de dag zwierven de vluchtelingen veel rond in Rotterdam, met name in de Hudsonstraat. Vaak werden voorbijgangers lastig gevallen, werd er op straat geürineerd en was er sprake van vandalisme. Dit gedrag ontstond waarschijnlijk door verveling, ze hadden geen werk en er werden nauwelijks activiteiten voor de Russen georganiseerd. Rotterdammers zagen de oorzaak van dit gedrag in de Russische revolutie. Hierdoor zou veeleisend gedrag ontstaan wat leidde baldadigheid. De verveling zorgde verder tot grote vechtpartijen waar ook Belgische vluchtelingen aan deelnamen. Het geweld liep zo erg uit de hand dat er een agent werd doodgestoken.
Om de overlast te bestrijden werd er in mei 1917 in de Parkhaven een isolatievaartuig aangemeerd. Hierin werden de Russen onder toezicht van de rivierpolitie vastgehouden. Er was ook plaats gemaakt in een logement in Schiedam . Het lukte niet om de vluchtelingen zo weg te houden van Rotterdam omdat ze op de dag alsnog hierheen reisden. Na een discussie tussen de Rotterdamse politici is ervoor gekozen om degenen die overlast veroorzaakten weg te sturen naar een kamp in Bergen. De controle op het begaan van een misdrijf werd steeds groter waardoor er veel personen waren weggestuurd. Een aantal Rotterdamse vrouwen waren het hier niet mee eens omdat ze zo de vader van hun kind verloren. Dit is niet vreemd aangezien, tot grote irritatie van de politie, vaak minderjarige meisjes en vrouwen langskwamen in de hotels waar Russen verbleven. Aan het eind van de oorlog reisden de buitenlanders in grote getale naar Frankrijk of Engeland.

Literatuur:

  • Angela Dekker - Een Rus in de polder : Georg Dudewski vlucht naar Nederland (1917) Historisch Nieuwsblad. - Jrg. 18, nr. 8 (okt. 2009) ; p. 42-48.
  • Evelyn de Roodt - Vier eeuwen migratie: bestemming Rotterdam, vluchtelingen in Rotterdam tijdens de Eerste Wereldoorlog
  • Henk van der Linden et al. (red.). Rotterdam en de Eerste Wereldoorlog. Soesterberg : Uitgeverij Aspekt. 2016

Primaire bronnen:

Voor onderzoek kunnen verschillende onderdelen van het politiearchief worden geraadpleegd. Er is geen apart onderdeel aangemaakt met betrekking tot de Russen in Rotterdam.

Politiearchief: inventarisnummer 1567B, dossier 1755/1918: Rapport naar aanleiding van klachten van de bewoners van Haspelstraat en Schipperstraat, 17 juli 1917.
Politiearchief: inventarisnummer 230, dossier 180/1918: Brief: commision officiele á l’assistance des réfugiés russés’ aan HCP , 8 juni 1918.