content

Spaanse terreur, 1572

Benaming van de schermutselingen van 9 april 1572, waarbij Spaanse soldaten na de inname van de stad ongeveer 40 Rotterdamse burgers doden, onder wie burgemeester Jan Jacobsz Roos en de smid Swart Jan.

Het strenge bewind van de Spaanse koning Filips II als landsheer van de Nederlanden leidt tot een opstand, waarbij Willem van Oranje vanaf 1568 ook geuzen gebruikt. Rotterdam, en in ieder geval het stadsbestuur, is rond 1570 nog erg Spaansgezind en neemt ter beveiliging van haar handel en scheepvaart deel aan de bestrijding van de geuzen die op 1 april 1572 Brielle innemen en op 7 april ook Delfshaven.

Burgemeester Roos en de smid Swart Jan

Spaanse troepen trekken vervolgens naar Rotterdam om van daaruit Delfshaven te heroveren. Bij hun aankomst op 8 april gaat het echter mis: een beschonken menigte houdt de Spanjaarden bij de Oostpoort tegen, zodat zij de nacht buiten moeten doorbrengen. De volgende dag, 9 april, mogen de getergde Spanjaarden wel de stad in trekken, maar de intocht van soldaten in grote aantallen loopt uit op gewelddadige schermutselingen waarbij ongeveer veertig Rotterdammers de dood vinden. Onder de Rotterdammers die daarbij worden vermoord, bevinden zich de stadsbestuurder Jan Jacobsz. Roos en de smid ‘Swart Jan’, die als eerste sneuvelde bij de Oostpoort. Tegenwoordig herinneren de Burgemeester Roosstraat en de Zwartjanstraat in de wijk het Oude Noorden nog aan de Spaanse terreur.

Beeld van Erasmus vernield

Nadat in 1549 een primitief houten beeld van Erasmus is gemaakt, wordt in 1557 bij de voltooiing van de brug over de Steigersgracht (Grotemarkt) aldaar een blauw arduinstenen beeld van Rotterdams beroemdste zoon geplaatst. Tijdens de gewelddadige gebeurtenissen van 9 april 1572 besmeuren de Spanjaarden dit beeld, schieten het stuk en smijten het in het water, naar verluidt hiertoe aangezet door een fanatieke Spaanse kapelaan met een grote afkeer van Erasmus.