content

Zelfmoord van Moses Wilhelm Shapira (1884)

Op 9 maart 1884 pleegde de Joodse handelaar in antiquiteiten Moses Wilhelm Shapira zelfmoord in hotel Willemsbrug aan de Boompjes. Rond zijn dood hangt een zweem van mysterie.

Moses Shapira of Shapiro, werd geboren in 1830 uit Joods-Poolse ouders in Kamenets-Podolski, destijds een door Rusland geannexeerd gebied van Polen, tegenwoordig Oekraïne. Zijn ouders verhuisden naar Palestina en op 25-jarige leeftijd ging Moses ook daarheen. In Jeruzalem bekeerde Moses zich tot het Anglicaanse kerk. In 1861 begon hij een winkel in toeristische, religieuze snuisterijen en antiek aardewerk in het christelijke kwartier. Shapira raakte geïnteresseerd in Bijbelse artefacten bij het ontdekken van de stéle van Mesha, een grafsteen met bijbelse inscripties in 1868.Tegenwoordig is deze steen in het Louvre in Parijs te bewonderen. Op deze steen stonden Hebreeuwse inscripties over Koning Mesha van Moab uit de negende eeuw. In zijn winkel verschenen ineens een heleboel aardewerken beeldjes met vergelijkbare inscripties, waarvan hij beweerde dat deze ook uit die tijd kwamen. De Duitsers hadden niet de hand gelegd op de grafsteen en kochten voor het Oudheidkundig Museum in Berlijn voor veel geld beeldjes. De Franse geleerde Charles Simon Clermont-Ganneau had zijn twijfels over de echtheid van deze beeldjes.

Shapira stripes

In 1883 maakte Shapira bekend dat er 15 fragmenten antiek perkament met Bijbelse teksten waren gevonden in de buurt van de Dode Zee, nu bekend als de Shapira stripes. Hij verkocht deze fragmenten voor 1 miljoen pond aan het British Museum. Twee van die fragmenten mocht het museum tentoonstellen. Duizenden belangstellenden kwamen er op af. Charles Simon Clermont-Ganneau bezocht de tentoonstelling ook en ontmaskerde de twee fragmenten als vervalsingen. De andere dertien mocht hij niet zien van Shapiro. Na deze onthulling ging Shapira zwerven door Europa om in Rotterdam een einde te maken aan zijn leven. Zijn manuscripten zijn enkele jaren later bij het veilinghuis Sotheby’s opgedoken. Nu gaat het verhaal dat de manuscripten verloren zijn gegaan bij een brand in het huis van de laatste eigenaar. Met zijn dood heeft hij het geheim over de authenticiteit van de documenten meegenomen in zijn graf. Tegenwoordig twijfelt men of de fragmenten, waarover Moses beschikte, vervalsingen zijn. In de buurt waarvan hij beweerde zijn fragmenten te hebben gevonden, zijn later de beroemde Dode Zee-rollen aangetroffen.

Dode Zeerollen

In 1947 werd door een bedoeïen in een grot in Qumran nabij de Dode Zee een aardewerken pot met oude handschriften gevonden. In totaal zijn er in de periode tot 1956 in 11 grotten zo’n 900 documenten gevonden, waarvan 200 handschriften van de Hebreeuwse bijbel. Deze documenten behoren tot de weinige geschreven bronnen betreffende de joodse cultuur rond de eeuwwisseling. Voor deze vondst waren de oudst bekende handschriften uit de 10de eeuw. In 2013 is een gedeelte van deze handschriften in het Museum in Assen tentoongesteld. Op 12 maart 2014 is bekend gemaakt dat bij de Israëlische Antiquiteiten Authoriteit negen kleine doosjes met rollen perkament in het depot zijn teruggevonden. De Dode Zeerollen blijven een actueel onderwerp.

Sporen van Shapira in het Stadsarchief Rotterdam

In het Stadsarchief zijn diverse documenten die te maken hebben met zijn dood in Rotterdam. Het onderzoek bij het Stadsarchief was overigens lastig omdat zijn naam steeds anders gespeld wordt. Het Hebreeuwse alfabet kent oorspronkelijk alleen medeklinkers en geen klinkers. Als namen omgezet worden van het Hebreeuws naar ons schrift, moet je een beetje interpreteren. De één schrijft dan Shapiro of Shapira, maar ook Saphiro en Saphira zijn schrijfwijzes. In het politiearchief uit 1884 zit een dagrapport waarin de omstandigheden van zijn zelfmoord worden beschreven. Omdat hij in Rotterdam is overleden, is er ook een overlijdensakte in het Stadsarchief overgebleven. In het politierapport stond dat hij naar de loods van het drenkelingenhuisje van de begraafplaats in Crooswijk was gebracht. Dit huisje is enkele jaren na zijn dood afgebroken, waardoor alle sporen leken uitgewist. In de reguliere registers was zijn naam niet terug te vinden. In een apart register voor de armsten van de stad, 5e klasse burgerlijke armen, vonden we tenslotte een registratie van zijn lijk.