Restaurant Old Dutch aan de Coolsingel

Op 15 april 1932 wordt de Bodega ‘Old Dutch’ geopend op de Coolsingel 103. Een bodega is een proeflokaal en de Spaanse benaming voor een wijnkelder. De eigenaren van Bodega Old Dutch waren Toon en Wim Mannes. Old Dutch raakt vooral in trek bij de beter gesitueerde Rotterdammer.

Door brand verwoest

Door brand na het bombardement op 14 mei 1940 raakte Old Dutch onherstelbaar verwoest. Nog in datzelfde jaar openden Toon Mannes en zijn broer Wim een nieuw restaurant aan de Rochussenstraat. Op 29 december 1940 werd Bodega en restaurant Old Dutch geopend in een ‘boerderij’ aan de Rochussenstraat. Het pand kreeg de vorm van een unieke boerderij en was speciaal ontworpen door architect J. Lelieveldt. De locatie was eigenlijk een noodoplossing, maar het werd uiteindelijk de vaste st

Standvastig

In 1955 werden vanwege de manifestatie E55, een energietentoonstelling, alle winkels in de omgeving van het Museumpark en de Rochussenstraat verwijderd, maar Old Dutch bleef staan. In 1969 verscheen ‘Eten in Rotterdam’, een handzaam restaurant-boekje. Drie stadsredacteuren bezochten hiervoor ook Old Dutch. De mening van de redacteuren: Old Dutch had faam in Rotterdam en vaste gasten waren voornamelijk zakenlieden, welgestelde dames en heren van middelbare leeftijd. De bodega telde tweehonderd plaatsen en het restaurant tachtig. Het etablissement en haar inrichting is vanaf de opening altijd min of meer gelijk gebleven.

Muzikanten

Regelmatig werden recepties verzorgd door Old Dutch op locatie, ondermeer voor meubelzaak H.H. de Klerk en het stadhuis. In Old Dutch hebben ook vele muzikanten gespeeld. Eigenaar Mannes was daar niet altijd even blij mee, aangezien sommige gasten hierdoor de zaak verlieten.

Michelinster

De keuken van Old Dutch was achttien jaar, van 1957 tot 1974, in het bezit van een Michelinster. Befaamde gerechten uit die tijd waren: ‘Escurion’, ‘Mixed grill de poissons’ en ‘Huitres imperiales de Zélande’ (grote Zeeuwse oesters). De Familie Mannes bleef tot 1975 eigenaar van Old Dutch. In de jaren daarna wisselde het restaurant nog twee keer van eigenaar.

Renovatie

Op 1 april 1980 trad Aad van der Stel in dienst van Old Dutch. Na een aantal jaren van stilstand, moest de nieuwe eigenaar weer leven in de brouwerij brengen. Van der Stel introduceerde op zaterdagavonden het ‘dinerdansant’, wat tot groot succes uitgroeide. In 1990 wil belegger Jan Voerman, van beleggingsmaatschappij Fortress, het restaurant samen van der Stel flink opknappen. Het terras werd voor een ton gerenoveerd, het gebouw werd volledig gewit en de kelder werd gerenoveerd om overstromingen te voorkomen. Old Dutch ligt namelijk op het laagste punt in de omgeving. In 2003 liep het erfpachtcontract van Old Dutch af met de gemeente. Jan Voerman zorgde ervoor dat Old Dutch bleef staan op de Rochussenstraat. Aad van der Stel is nog steeds de eigenaar van Old Dutch.

 image

De bedrijfsfotografie van Frans van Dijk

Frans van Dijk in de jaren '30

François Henri van Dijk werd in 1888 geboren in de Tollensstraat, in een groot katholiek gezin. Frans interesseerde zich al vroeg voor de fotografie. In een interview van vlak voor zijn dood vertelt hij dat hij op twaalfjarige leeftijd zijn eerste echte camera kreeg. Zijn moeder had het toestel bij elkaar gespaard van zeepbonnen.

Na enkele mislukte pogingen van zijn ouders om hem bij een katholieke werkgever onder te brengen, begon Frans van Dijk in 1910 een eigen fotozaak aan de ’s Gravendijkwal. Hij accepteerde uiteenlopende opdrachten: hij maakte foto’s van sportwedstrijden voor De Telegraaf, maar ook reportages over het katholieke leven voor allerlei kerkelijke instanties. Zelf deed Van Dijk graag architectuuropdrachten, bekend werd hij vooral met zijn bedrijfs- en industriële fotografie.

Dat genre werd aan het begin van de 20e eeuw steeds belangrijker en Van Dijk gold als een specialist op dat terrein. Hij fotografeerde fabriekshallen, voertuigen, machines, winkelinterieurs en etalages. Het vaktijdschrift Focus noemde zijn werk in 1914 ‘technisch volmaakt’. Volgens het blad beantwoordde het ‘aan de hoogste eischen die men aan eerste klas industrieele fotografie stellen mag.’

Van Dijk bleef tot op hoge leeftijd fotograferen. Pas in 1975 sloot hij met pijn in het hart zijn fotozaak. Een jaar later verwierf het toenmalige gemeentearchief een deel van zijn fotonegatieven. Het andere deel had Van Dijk kort daarvoor zelf vernietigd omdat hij dacht dat er toch geen interesse voor zou zijn. Voor het archief waren de negatieven juist van grote waarde, vanwege de onderwerpen die Van Dijk heeft vastgelegd maar ook omdat zij een periode van ruim een halve eeuw beslaan.

Mede doordat onduidelijk was wanneer de foto’s gemaakt zijn en wat er op staat, zijn ze bij het archief lang op de plank blijven liggen. Inmiddels zijn alle 5000 glasnegatieven gedigitaliseerd, zo goed mogelijk beschreven en beschikbaar gesteld via de website van het Stadsarchief. De digitalisering en ontsluiting van 2000 celluloidnegatieven volgt later in het jaar.