Amateurfotograaf Grimeyer (1894-1989) is vooral bekend geworden met zijn foto’s uit de oorlogsjaren. Sinds 1980 bezit het Stadsarchief 855 negatieven van hem uit die periode.

Grimeyer, in het dagelijks leven werkzaam bij een bank, was sinds 1918 een verwoed fotograaf. Tijdens de Duitse bezetting bleef hij fotograferen, ondanks dat er een verbod van kracht was. Veel van zijn foto’s uit die tijd hebben de verwoestingen van het Duitse bombardement van 14 mei 1940 tot onderwerp. Grimeyer is echter ook de maker van de zeldzame opnamen van de razzia van 1944 en van enkele straatscènes tijdens de hongerwinter. [tekst gaat door onder de foto's]

 

Wie was Ferdinand Grimeyer?

Hendrik Ferdinand Grimeyer, roepnaam Ferdinand, werd op 20 oktober 1894 geboren in de destijds nog zelfstandige gemeente Kralingen. De jonge Ferdinand werd grotendeels opgevoed door zijn grootouders vanwege het overlijden van zijn vader in 1895.

Direct na het behalen van een diploma van de vijfjarige MULO aan de Botersloot ging de 16-jarige Ferdinand als jongste bediende aan het werk bij de Rotterdamsche Hypotheekbank. In de jaren daarna werkte hij bij verschillende bedrijven en deed diverse opleidingen. Zo belandde hij in 1918 bij de juist opgerichte Bank voor Handel en Scheepvaart waar hij in 1921 aangesteld werd als procuratiehouder. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonde hij met zijn vrouw en zoon aan de burgemeester Le Fèvre de Montignylaan in Hillegersberg. [tekst gaat verder onder de foto's]

                                                                                               

Amateurfotograaf

Al tijdens zijn middelbareschooltijd raakte Grimeyer geïnteresseerd in fotografie en deed in deze periode zo nu en dan dienst als hulp van een vakfotograaf. Zodra hij het zich kon veroorloven kocht hij in 1918 een tweedehands 9 x 12 camera, een boek over fotograferen en apparatuur voor een donkere kamer. Kort daarop schafte hij een 6 x 13 stereotoestel aan waarmee hij zijn familie, uitstapjes en de stad vastlegde. In 1938 stapte Grimeyer over op een Leica camera, een klein en plat apparaat dat makkelijk in zijn zak paste wat uitkomst bleek te bieden bij het (illegaal) fotograferen van de stad in de oorlogsjaren.