Albums met de verwoeste stad
Vlak na het bombardement van 14 mei op de Rotterdamse binnenstad zijn honderden foto’s van de verwoeste stad genomen en verspreid. Terwijl dat verboden was, en dus gevaarlijk. Waarom deden mensen het dan toch?
Afgesloten rampgebied
Op 14 mei 1940 vallen tussen 13.27 en 13.40 uur 158 brisantbommen op het centrum van de stad en delen van Kralingen. De brand die daarna ontstaat en twee dagen aanhoudt vernietigd het Rotterdamse stadshart en vele omliggende stadsdelen.
Alleen hulpverleners, militairen en medewerkers van de puinruimorganisatie krijgen tussen 15 mei en 5 november 1940 toegang tot de verwoeste binnenstad. In deze periode wordt het getroffen gebied van 258 hectare door puinruimers en een explosieventeam ontdaan van ruïnes. 5.000.000 ton puin wordt afgevoerd. Alle particulieren bezittingen in het gebied zijn dan al onteigend. Slechts enkele gebouwen blijven achter.
De afzetting om het gebied is bedoeld om plunderaars en sensatiezoekers te weren. Ook pers en fotografen kunnen zo op een afstand gehouden worden. De Duitse bezetter heeft er geen belang bij om de ernst en omvang van het rampgebied naar buiten te brengen. Daarom is er al direct een verbod op het fotograferen en filmen.
Fotografieverbod
Het verbod wordt streng gehandhaafd en zelfs steeds verder aangescherpt. Niet alleen is het maken van foto’s verboden, ook het meedragen van een camera is strafbaar. Evenals het bezitten, verspreiden of verkopen van beelden van de verwoeste stad. Het fotografie- en filmverbod geldt zelfs voor een straal van 8 kilometer vanuit het centrum en blijft de hele bezetting van kracht. Ook als al het puin geruimd is en de binnenstad weer is vrijgegeven.
Toch zijn er beroeps- en amateurfotografen die de moed hebben om de censuur en het verbod te overtreden. Foto’s moeten snel en onopvallend gemaakt worden wat vaak minder scherpe beelden oplevert. Sommigen fotograferen vanaf een dak, zoals dat van de Hollandse Bank Unie (Erasmushuis) aan de Coolsingel, dat een goed overzicht biedt over het verwoeste gebied. Dat laatste doet bijvoorbeeld fotograaf F.H. Grimeijer met enige regelmaat. In 1980 wordt zijn collectie oorlogsfoto’s aan het stadsarchief geschonken.
Een deel van de verboden foto’s wordt illegaal gedrukt en al tijdens de oorlog onder de toonbank van bijvoorbeeld boekwinkels verkocht. Onduidelijk is op welke schaal dit gebeurt. Waarschijnlijk worden de meeste beelden pas gedrukt en verhandeld na de bezetting. Feit is dat er verschrikkelijk veel foto’s van de gehavende stad seriematig uitgegeven zijn en ook dat heel mensen in Rotterdam en Nederland ‘puinfoto’s’ verzameld hebben.
Ook veel albums
De laatste decennia krijgt het Stadsarchief zeer geregeld van dit soort foto’s en albums aangeboden. Rotterdammers die deze beelden vinden bij een opa of tante op zolder, denken vaak dat het uniek materiaal betreft. In werkelijkheid gaat het vrijwel altijd om dezelfde beelden die dus al tijdens, maar vooral na de oorlog grootschalig in omloop zijn gebracht. Naast de losse foto’s en prentbriefkaarten zijn er veel albums met puinfoto’s.
Er is zelfs een voorbeeld van een album met kwalitatief goede foto’s met teksten en vergrotingen dat kant-en-klaar verkocht is. Volgens degene die het album in de jaren tachtig aan het archief schonk, werd het in de zomer van 1940 aan zijn werkgever, de HAKA, te koop aangeboden. Illegaal uiteraard. Van dit specifieke album heeft het stadsarchief drie sterk gelijkende exemplaren in huis. De meeste albums zijn echter door de eigenaren zelf samengesteld, soms met persoonlijke teksten of foto’s ertussen. Veel albums bevatten 'voor-en-na beelden': stadsgezichten uit de jaren dertig naast de ravage op dezelfde plek uit de zomer van 1940.
Album te koop aangeboden
Explosieventeam
Er zijn albums in alle soorten en maten. Een heel klein album met één foto per pagina. Mooi vormgegeven albums met een kaft van stof. En ook bijzondere albums, zoals die van C.P. Kwaaitaal. Vanaf 16 mei 1940 maakte Kwaaitaal deel uit van het explosieventeam dat als taak had zware gevels en bouwconstructies op te blazen met behulp van springstoffen.
Het album van Kwaaitaal bestaat uit de bekende foto's van de verwoeste stad, beelden van hoe het ooit was, maar ook eigen foto's van het explosieventeam, pauzerend op de restanten van opgeblazen gebouwen. Bovendien bevat het handgeschreven teksten over het werk van zijn team en de situaties die zij aantroffen.
Hij beschrijft onder meer hoe ze bij het oude raadhuis aan het werk zijn. Dat is moeilijk is op te blazen omdat het erg stevig gebouwd was met onder andere pilaren van basalt: “Boven de grond moesten we kalm aan doen omdat de gemeentebibliotheek op 300 meter afstand nog vrij gaaf stond, doch aan het einde van onze taak was ook deze geheel ruitloos.”
Het werk is zeer risicovol. Kwaaitaal beschrijft dat er onverwachts een muur instortte die terechtkwam op een collega. ”(…) hij wordt onder het puin bedolven, alleen zijn helm steekt er bovenuit. Wij graven hem gauw uit, hij is bewusteloos (…) en terwijl ik zijn jas losknoop golft het bloed uit zijn borst mij over de handen.” De man wordt naar het ziekenhuis gebracht waar hij na anderhalf uur overlijdt.
Vooruitkijken
Waarom kochten zoveel Rotterdammers de beelden van de verwoeste stad en plakten zij die zelfs in speciale fotoalbums? Het blijft een beetje speculeren, maar weemoed of heimwee naar de oude situatie zal een rol gespeeld hebben. Misschien was het zelfs een vorm van traumaverwerking. De sfeer na de oorlog was: “Aan de slag! We kijken vooruit, we kijken niet meer naar die oude binnenstad, zo mooi was die nou ook weer niet.” Voor Rotterdammers die hun stadshart en mogelijk zelfs hun huis en bezittingen verloren hadden, was het verzamelen van deze foto's een manier om herinneringen toch te bewaren.