Archief A. van der Goot, secretaris van het ASRO

Hoewel gering van omvang, geeft het archief van A. van der Goot een interessante inkijk in de kringen die voor een belangrijk deel de wederopbouw van Rotterdam na de Tweede Wereldoorlog bepaalden.

Secretaris van het ASRO

A. (Anne) van der Goot (1908-1996) werd geboren in Zaandam, studeerde economie in Amsterdam en werkte als onderzoeker bij het Bureau Research van de Afdeling Economisch Onderzoek van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart (Ministerie van Economische Zaken) in Den Haag. Ergens in de oorlogsjaren verhuisde hij naar Rotterdam, om zich als ASRO-medewerker in te zetten voor de wederopbouw van de stad.

Het ASRO (Adviesbureau Stadsplan Rotterdam) was een van de diensten die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden opgericht voor de Rotterdamse wederopbouw. Hoewel het een rijksdienst was, die onder gezag stond van de ‘Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw en voor de Bouwnijverheid’ J.A. Ringers, was het ASRO gevestigd in Rotterdam. Eerst in het gebouw van de Gemeentebibliotheek, later aan de Coolsingel. Aan het hoofd van het ASRO stond stedenbouwkundige W.G. Witteveen, die al op 18 mei 1940 de opdracht had gekregen een wederopbouwplan te maken. Van der Goot ging in 1942 als secretaris werken voor het ASRO. De keuze was op Van der Goot gevallen omdat hij ‘goed’ was (dus niet op hand van de bezetter) en econoom. Daarvan waren er te weinig in de top van het ASRO.

Medewerkers achter tekentafels in kantoren van het ASRO in de Gemeentebibliotheek.
Medewerkers in kantoren van het ASRO in de Gemeentebibliotheek, ca. 1942. Foto: Bob van Rhijn. Collectie 4282, nummer 1977-3330.

De invloed van Kees van der Leeuw en de 'Kleine Kring' van Club Rotterdam

Behalve binnen het ASRO werd er ook over de wederopbouw nagedacht door een groep kopstukken uit het Rotterdamse bedrijfsleven. Zij verzamelden zich in de zogenaamde Club Rotterdam. Vanaf 1942 nam C.H. (Kees) van der Leeuw, directeur van de firma Van Nelle, binnen deze Club het voortouw. Met de ‘Kleine Kring’ of ‘Kleine Commissie’ kwam hij samen in de tearoom van de Van Nelle-fabriek om te bespreken hoe Rotterdam er uit moest komen te zien na afloop van de oorlog. Andere deelnemers waren o.a. K.P. van de Mandele, J.P. Backx, H.C. Hintzen en W.H. de Monchy.

De Kleine Kring van Club Rotterdam en Van der Leeuw hadden veel invloed op de wederopbouwplannen. De zakenlieden konden zich slecht vinden in Witteveens ideeën, die ze te behoudend vonden. De druk op Witteveen werd zo groot, dat hij in 1944 met ziekteverlof ging. Witteveens assistent C. van Traa volgde hem op, en zou uiteindelijk in 1946 het (sterk gewijzigde) ‘Basisplan’ voor de wederopbouw presenteren.

Van der Leeuw kreeg een steeds belangrijke plek binnen de wederopbouwinstanties. Ringers (die zelf in de gevangenis zat) benoemde hem in 1944 tot Gedelegeerde van de Algemeen Gemachtigde bij het ASRO. Ook startte Van der Leeuw met de commissie Opbouw Rotterdam (OPRO), als een niet-officieel (en vertrouwelijk) alternatief voor het ASRO. In  de OPRO zaten diverse architecten met vooruitstrevende ideeën. 

Daarnaast werd Van der Leeuw voorzitter van de in juni 1944 opgerichte Urgentiecommissie. De Urgentiecommissie moest zorgen dat bouwprojecten aansloten bij de daadwerkelijke behoefte in de stad. Van der Goot kreeg dankzij Van der Leeuw in juni 1944 een plek in de Urgentiecommissie, ook hier als secretaris. Hij verving als econoom de planoloog L.H.J. Angenot, die in de ogen van Van der Leeuw teveel naar demografie keek.

Een kijkje achter de schermen van de wederopbouw

Van der Goots archief is niet compleet of volledig, maar de documenten van het ASRO, Urgentiecommissie en OPRO die van hem bewaard zijn gebleven, geven een goede indruk van zijn werkzaamheden. Het archief bevat onder meer (concept)plannen, rapporten en correspondentie, net als handgeschreven notulen van een vergadering van de Kleine Kring in november 1944. 

Uit het archief blijkt dat de groep rond Van der Leeuw zich niet alleen bezig hield met de fysieke inrichting van de toekomstige stad. Zo zijn er documenten waaruit blijkt dat zij ontevreden waren over de Nederlandse Economische Hogeschool (voorloper van de Erasmus Universiteit). Volgens de heren voldeden de docenten, het onderwijs én de studentenpopulatie van de NEH niet. Ze kwamen daarom met voorstellen voor de oprichting van een instituut voor sociale en politieke wetenschappen in Rotterdam. Van der Goot correspondeerde tijdens en direct na afloop van de oorlog hierover met prominente wetenschappers. Ook over een op te richten Studiecentrum voor Maatschappelijke Vraagstukken zijn er stukken bewaard gebleven. 

Bij dit alles was Van der Goot direct of zijdelings betrokken. In de literatuur over de Rotterdamse wederopbouw wordt hij meestal slechts kort wordt genoemd en veel is er niet over hem bekend. Ook niet hoelang hij voor het ASRO en de Urgentiecommissie heeft gewerkt. Mogelijk niet lang, want uit stukken in zijn archief blijkt dat Van der Goot in september 1947 namens UNESCO aanwezig was op het CIAM VI-congres in Engeland, waar wereldberoemde architecten en stedenbouwkundigen samenkwamen.

Door zijn archief weten we in ieder geval wel dat Van der Goot deel uitmaakte van een groep die een doorslaggevende invloed heeft gehad op het moderne Rotterdam. Dat zien we ook terug op enkele foto’s uit het archief. Zoals de groepsfoto van het bezoek van (dan) minister Ringers aan de Van Nelle-fabriek in 1946, met vertegenwoordigers van Rotterdamse diensten, onder wie Van der Goot.  Nog veelzeggender zijn de foto's van een jaar eerder (juni 1945), gemaakt door Kees van der Leeuw. In de Van Nelle-fabriek buigen vijf heren zich over ontwerpschetsen van Rotterdam die op de grond liggen. We zien topambtenaren Ringers en Mouton, en architecten Van Embden en Van Traa. En rechts op de foto, staand met sigaret: A. van der Goot.

Gezelschap bij bezoek van minister Ringers aan de Van Nelle-fabriek in augustus 1946.
A. van der Goot (staand, geheel rechts) bij het bezoek van Minister van Wederopbouw Ringers aan de Van Nelle-fabriek op 25 augustus 1946. Staand geheel links Kees van der Leeuw. Minister Ringers zit als tweede persoon van links. Archief 5275, nummer 54.

Het archief bekijken

Archief van A. van der Goot, secretaris van het ASRO en de Urgentiecommissie, toegang 5275.

Naar de archiefinventaris

Andere archieven:

Archief van het Adviesbureau Stadsplan Rotterdam (ASRO), toegang 298. https://hdl.handle.net/21.12133/1D7958B14B2C4075833BA70B8566D4F7

Stukken van de Urgentiecommissie 1946-1950, toegang 33-02, Handschriftenverzameling van de gemeente Rotterdam, inv. nr. 9311. https://hdl.handle.net/21.12133/FB0218244455485D8FA5B4A41F447041

 

Meer lezen: 

Ariëtte Dekker, De  Club Rotterdam 1928-2013 (Rotterdam 2013). Signatuur XXXIX C 39
 

Len de Klerk, Particuliere plannen. Denkbeelden en initiatieven van de stedelijke elite inzake de volkswoningbouw en stadsbouw in Rotterdam, 1860-1950 (Rotterdam 1998).  Signatuur III G 1
 

J.L. van de Pauw, Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2006). Signatuur XI E 19
 

E. Roelofsz, De frustratie van een droom. De wederopbouw van de in mei 1940 verwoeste delen van de binnenstad, Kralingen en het Noordereiland van Rotterdam 1940-1950 (Rotterdam 1989). Signatuur S 12 C 5
 

Wouter Vanstiphout, Maak een stad. Rotterdam en de architectuur van J.H. van den Broek (Rotterdam 2005). Signatuur XIX D 44
 

Cor Wagenaar, Welvaartsstad in wording. De wederopbouw van Rotterdam 1940-1952 (Rotterdam 1992). Signatuur XXII E 20