Archief van L.K. Le Clercq - Kapitein bij Van Nievelt Goudriaan
Leendert Karel Le Clercq (1887–1964) was kapitein bij de rederij Van Nievelt Goudriaan in Rotterdam. Naast zijn werk als kapitein was Le Clercq lid van de Vereniging van Nederlandse Koopvaardijkapiteins. De vereniging volgde tuchtzaken binnen de koopvaardij en in het archief van Le Clercq zijn verslagen bewaard gebleven van hoorzittingen van de Raad van Tucht voor de Koopvaardij, het wettelijke tuchtcollege dat onderzoek deed naar scheepsrampen en ander wangedrag op zee. Tijdens deze zittingen werd onderzocht wat er was misgegaan en wie daarvoor verantwoordelijk werd gehouden. De verslagen bevatten zeer gedetailleerde beschrijvingen van de gebeurtenissen. Drie opvallende zaken worden door ons uitgelicht.
Zeeuwse zeemijnen
Op 10 juli 1946 werd een hoorzitting gehouden over het stoomschip Meerkerk. De Meerkerk voer in de nacht van 15 op 16 juni van Rotterdam naar Antwerpen. Om 2.00 uur 's nachts kreeg de Meerkerk aan de Zeeuwse kust bij Westkapelle het sein dat er een gevaarlijke koers werd gevaren. Een kleinere boot zou de Meerkerk verder begeleiden om een ongeluk te voorkomen. Nog geen kwartier later kwam het schip in contact met een zeemijn. Een grote explosie volgde. Tegen het bevel van de kapitein verliet het merendeel van de bemanning het getroffen schip. De kapitein bleef echter aan boord en verliet de Meerkerk pas de volgende dag. Twaalf mensen overleefden het ongeluk niet.
De explosie kreeg de nodige aandacht van de pers. De kranten suggereerden dat het ongeluk door overmatig drankgebruik was veroorzaakt. Tijdens de hoorzitting werd dit uiteraard ontkend, hoewel de kapitein wel van een drankje hield. De grote vraag was of de kapitein van de Meerkerk niet scherp genoeg was geweest, of dat de begeleidende boot niet de juiste aanwijzingen had gegeven. De raad concludeerde uiteindelijk dat de explosie was ontstaan door een uiterst ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarvoor niemand de volledige schuld kon krijgen. De zaak werd zonder straffen afgesloten.
Rammen op het rif
Op 29 oktober 1947 om 0.32 uur vertrok het motorschip Brastagi uit Lourenço Marques, tegenwoordig Maputo, de hoofdstad van Mozambique. De Brastagi was op weg naar Dar es Salaam in Tanzania. Het eerste herkenningspunt van deze reis was de vuurtoren van Ponta Caldeira. Het was echter mistig, waardoor het lang duurde voordat de bemanning zicht kreeg op deze vuurtoren. Toen het licht eindelijk werd gespot, bleek dat de Brastagi wel erg dicht langs de kust voer. Met een risicovolle manoeuvre werd een poging gedaan om verder van de kust te komen, maar het was al te laat. Het schip kwam vast te zitten op het rif van Ponta Caldeira. Door de botsing met het rif ging een van de olietanks lekken. De Brastagi zat vast op het rif en was nu ook omsingeld door uitgelekte dieselolie. Achttien dagen lang zat de bemanning vast, toen het noodlot toesloeg. Door het ontbranden van aanwezige gassen brak er plotseling brand uit. Inmiddels gearriveerde hulpboten konden de brand blussen, maar niet voordat een groot deel van het schip verloren ging. Het schip werd als verloren beschouwd en bij het rif achtergelaten.
De raad concludeerde dat "de kapitein deze navigatie, die groot risico meebracht, op niet te vergeven wijze heeft uitgevoerd. Onverklaarbaar is waarom de kapitein een koers nam, die bij nacht dicht langs een niet schone kust loopt, terwijl hij meer naar buiten alle ruimte had." Ook bleek dat de kapitein in zijn cabine lag te slapen terwijl het schip gevaar liep. De kapitein kreeg uiteindelijk een disciplinaire waarschuwing.
Muitende zeeman
Op 25 februari 1943 ontving de vereniging een klacht van de bemanningsleden van het motorschip Rhea. Hun kapitein zou zich ernstig hebben misdragen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In juni 1940 bevond de Rhea zich in de haven van Oran, in het toenmalige Frans-Algerije. Na de overgave van de Fransen kregen alle Nederlandse schepen de opdracht om naar een Britse of neutrale haven te varen. De kapitein van de Rhea besloot dit echter niet te doen, waardoor het schip in vijandelijke handen terechtkwam.
De situatie werd nog ernstiger toen de kapitein een lijst doorgaf aan de havenautoriteiten van Oran. Op deze lijst stonden de namen van bemanningsleden die eventueel naar vijandelijk gebied gestuurd konden worden voor havenwerk. Geen van de bemanningsleden had hiervoor toestemming gegeven. Sterker nog, zij wisten niet eens van het bestaan van de lijst totdat deze in handen van de havenautoriteiten was beland. Het feit dat de kapitein verder weinig leiding gaf en al langer een slechte verstandhouding met de bemanning had, verzachtte de omstandigheden niet. De kapitein werd uiteindelijk voor drie maanden geschorst.
739 - Archief van L.K. Le Clercq, kapitein bij Van Nievelt Goudriaan
Datering: 1908 - 1951