Dansstad in één mensenleven

Wie rond 1930 in Rotterdam wilde dansen kon terecht in de vele dancings die stad rijk was. Voor dans als artistieke uiting was echter geen plek. Drie vrouwen brachten verandering in die situatie.

In 1925 trok de negentienjarige Corrie Hartong (1906-1991) vanuit haar geboortestad Rotterdam naar Dresden, om lessen te volgen bij de prestigieuze dansschool van Mary Wigman, een pionier op het gebied van expressieve dans. Maar nadat Hartong met haar diploma op zak terugkeerde naar Rotterdam, stuitte ze op een cultuurkloof: wie wilde dansen kon in haar thuisstad wel naar een van de vele dancings in de stad, maar er was geen plek voor dans als artistieke uiting. In 1931 richtte Hartong daarom samen met een andere navolger van Mary Wigman, Gertrud Leistikow, aan de Nieuwe Haven de ‘Rotterdamse Dansschool’ op. Deze school zou niet alleen in technische vaardigheden onderwijzen, maar ook een brede culturele benadering van dans aanbieden. En ze wisten hier nota bene subsidie voor te krijgen, wat geen dansschool daarvoor was gelukt. In 1935 trok Leistikow zich terug en kreeg de dansschool een eigen afdeling aan het Rotterdamsch Toonkunst Conservatorium, waar Hartong meteen als directrice werd aangesteld. [Tekst loopt door onder de afbeeldingen]

Het Hart van Rotterdam

Maar met die ene dansschool was Hartongs werk niet af: ze leefde voor de dans en was pleitbezorger voor dans als volwaardige kunstvorm. Niet alleen als directrice van haar school, maar ook via publicaties en lezingen zorgde ze ervoor dat dans een prominente plaats in het overheidsbeleid verwierf. Hiermee maakte ze de weg vrij voor twee andere Rotterdamse generatiegenoten: in 1934 richtte de Rotterdamse balletdanseres Netty van der Valk (1907-1958) een eigen dansschool aan de Hertekade op. En ook Staluse Pera (1909-2000), de artiestennaam van Albertje de Jong, begon in 1937 haar eigen balletstudio aan de Boompjes. 

Alle drie de vrouwen zagen hun dansschool in rook opgaan tijdens het bombardement van 14 mei 1940. En dat bracht hen bij elkaar: ze namen hun intrek in het Haringvliet 92, waar ze hun lessen individueel voortzetten, maar waar ze ook samenwerkten. Voor de in augustus 1940 opgevoerde revue Het hart van Rotterdam, geregisseerd door schrijver Anton Koolhaas, namen Hartong en Valk samen de leiding over de balletgroep. 

De vrouwen bleven gedurende de oorlog doorwerken in hun tijdelijke onderkomen. 'Vaak waren we doodop en verslagen, maar het dansen gaf ons energie – zelfs in de hongerwinter wekte het de levenskrachten op. Daardoor was dat ene huis een plek waar, te midden van alle verschrikkingen, iets van geluk bestond', zei Hartong.  [tekst loopt door onder de afbeelding]

Een bloeiend dansleven

Na de oorlog gingen de drie vrouwen weer hun eigen weg. Van der Valk vestigde een nieuwe dansschool in het gebouw aan het Haringvliet, waar zij als echte balletpedagoge openbare lessen gaf. Ook verzorgde ze met haar balletschool meerdere choreografieën. In 1953 richtte ze het Rotterdams Ballet Ensemble op, maar dit beroepsensemble liep subsidie mis en werd in 1955 weer opgedoekt. Staluse Pera verhuisde met haar balletschool naar de Heemraadssingel, waar ze tienduizenden mensen balletles heeft gegeven. In 1971 ontving ze de Wolfert van Borselen-penning voor haar verdiensten voor de stad. Haar dansschool bestaat nog steeds. 

In 1954 werd Hartongs Dansschool opgesplitst in een amateurdansschool en een vakopleiding: respectievelijk de Rotterdamse Dansschool en de Rotterdamse Dansacademie. Laatstgenoemde groeide uit tot het Codarts, op dit moment een van de meest gerenommeerde dansscholen van Nederland is. Hartong zat bij leven in meer dan 84 besturen en commissies die een bijdrage leverden aan de danskunst in Nederland. 'Als je ziet wat een bloeiend dansleven we op het ogenblik hebben; de schouwburgen vol, drie grote balletgroepen en een aantal kleinere die hard aan de weg timmeren', memoreert Hartong in 1986. 'Als je kijkt waarmee ik begon, er was gewoon helemaal niets (…) er is zoveel gebeurd en dat allemaal in één mensenleven.' 

Meer weten

Van de drie vrouwen zijn er foto’s te bekijken via de studiezaal. Ook hebben we diverse publicaties over Corrie Hartong Bibliotheek resultaten | Bibliotheek (Stadsarchief Rotterdam) en is haar boek Danskunst: inleiding tot het wezen en de practijk van de dans (72 B 39) op te vragen in de studiezaal.