De bestrijding van het pokkenvirus in Rotterdam

De eerste inenting tegen het pokkenvirus in Nederland vindt plaats op 17 oktober 1799 in een vertrek boven de Vleeschhal aan de Rotterdamse Botersloot. Deze vaccinatie wordt toegediend door Rotterdamse stadsgeneesheer Levy Salomon Davids. Kort daarop richt Davids samen met andere Rotterdamse geneeskundigen het Genootschap ter Bevordering der Koepokinentingen op. Vanuit de centrale overheid ontbreekt lange tijd de regie op een effectieve aanpak. Het Genootschap zet alle zeilen bij om de infectieziekte, die vooral veel dodelijke slachtoffers onder jonge kinderen maakt, te bestrijden.

Eerste vaccinatie 
De eerste inenting tegen het pokkenvirus in Nederland vindt plaats op 17 oktober 1799 in een vertrek boven de Vleeschhal aan de Rotterdamse Botersloot. Deze vaccinatie wordt toegediend door Rotterdamse stadsgeneesheer Levy Salomon Davids.

Drie jaar eerder had de Engelse plattelandsarts Edward Jenner ontdekt dat besmetting met het milde koepokkenvirus bescherming bood tegen de vaak dodelijke menselijke variant. In 1796 deed hij zijn eerste proeven met koepokvaccinaties bij kinderen. Twee later bewees Jenner door overentingen van koepokken van mens op mens dat de koepokstof zijn werkzaamheid lange tijd behield. Snel na de publicatie van Jenners resultaten startte Davids in Rotterdam met een particulier initiatief tot het inenten van kinderen. De koepokstof ontving hij van bevriende relaties uit Engeland

Oprichting van het Genootschap ter Bevordering der Koepokinentingen 
In de 18e eeuw was pokken (Variola) een gevreesde, acute en zeer besmettelijke virusziekte die vooral onder kinderen veel dodelijke slachtoffers maakte.  In de Rotterdamsche Courant van 23 april 1801 pleit Davids samen met vier andere ondertekenaars voor de oprichting van een Genootschap ter Bevordering der Koepokinentingen. Dit genootschap is de eerste particuliere organisatie op dit terrein in Nederland en streeft vaccinatie na van alle mindervermogenden. Ouders van gevaccineerde kinderen krijgen hiervoor een kleine vergoeding die betaald wordt uit publieke middelen.

Zowel het bestuur als de leden van het genootschap werken op vrijwillige basis. Het bestuur is belast met de aanvoer, verstrekking en verzending van goede koepokstof. De leden, variërend in aantal, zijn geneeskundigen die om beurten in het vaccinatiebureau boven de Gemeentelijke Vleeschhal werken.

Centrale overheid
Koning Lodewijk Napoleon bepaalt op 25 november 1808 per decreet dat er een vaccinatieplicht ingevoerd wordt voor drie groepen mensen: officieren en soldaten van de landmacht, alle kinderen in gesubsidieerde ‘gestichten’ en personen die steun krijgen uit publieke kassen.

Na 1815 zwakt Koning Willem I dit decreet hier en daar af. Wel komt er een registratiesysteem van verrichte vaccinaties en een soort getuigschrift (bewijs) voor gevaccineerden. Ondanks de roep vanuit medici komt er geen vaccinatieplicht voor alle schoolgaande kinderen. In de 19e eeuw zijn er daarom verschillende uitbraken van het virus. Halverwege de 19e eeuw is de conclusie desondanks dat de sterfte aan pokken in Europa sedert de koepokinenting een tiende is van de vroegere sterfte.

Het succesverhaal van het Burgerweeshuis 
Sinds 1821 heeft het Gereformeerd Burgerweeshuis in de Goudschewagenstraat eigen geneeskundigen in dienst voor de uitvoering van de (in het weeshuis verplichte) vaccinaties en revaccinaties. Ondanks de verschillende grote en kleine pokkenepidemieën die Rotterdam sindsdien getroffen hebben, blijft het weeshuis, met een populatie van 300 kinderen, steeds gevrijwaard van aan pokken gerelateerde sterfgevallen.  Artsen van het Rotterdamse genootschap, wijzen er dan ook (tevergeefs) op dat het enige radicale middel tegen pokken verplichte vaccinatie en revaccinatie is.

Het Parc Vaccinogène 
Aangezien het inenten van kinderen met zuivere koepokstof de beste resultaten blijkt te geven gaat het Genootschap ter Bevordering van Koepokinentingen op zoek naar een locatie waar zij naar buitenlands voorbeeld een Koepokinrichting kunnen openen. In mei 1868 wordt een terrein naast het Coolsingelziekenhuis aan de zijde van de Van Oldenbarneveltstraat in gebruik genomen. 

In dit Parc Vaccinogène is het mogelijk zuivere koepokstof te kweken en te vermenigvuldigen. Er komt een stal voor de kalfjes en een vaccinatielokaal. Bij een grote pokkenuitbraak in jaren tussen 1870-1872 staan er dagelijks lange rijen mensen te wachten op een inenting. In het jaar 1871 deelt het Genootschap 8.722 vaccinaties en revaccinaties uit.

Commissie tot Ondersteuning van Behoeftige Poklijders
Het opnieuw uitbreken van een pokkenepidemie rond 1870 leidt tot de oprichting de Rotterdamse ‘Commissie tot Ondersteuning van Behoeftige Poklijders’. In twee jaar tijd sterven in Rotterdam 1757 personen op een bevolking van 123.000. De commissie stelt zich ten doel bedden, beddengoed, schoonmaakmiddelen en voedsel te verstrekken aan de thuisverpleegde patiënten. Aan het einde van de ziekte worden bed, kleding en beddengoed verbrand, waarna zij een nieuw bed verstrekken. Ook deelt de commissie corbolzuur en chloorkalk uit om de ziekenkamer te desinfecteren. 

Aankondiging van de oprichting en werkzaamheden van de Commissie.
Advertentie uit de Maasbode van 16 april 1871 waarin de Commissie tot Ondersteuning van Behoeftige Poklijders haar oprichting en werkzaamheden aankondigt.