'De Blauwe knoop' in Rotterdam
In de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw was drankmisbruik een groot probleem onder de arbeidersbevolking. Armoede en uitzichtloosheid zorgen ervoor dat veel mannen hun zorgen, en daarmee een aanzienlijk deel van hun schamele inkomen, verdrinken in de kroeg. Zo stortten zij hun gezinnen in nog grotere financiële en sociale problemen. Verschillende verenigingen en genootschappen worden in deze periode opgericht om de arbeiders van de drank af te houden.
Uit een recent advies van de Gezondheidsraad blijkt dat er geen veilige hoeveelheid qua alcoholconsumptie bestaat. Ook één glas per dag is risicovol, zowel voor de volksgezondheid als voor de veiligheid. Eerder onderzoek suggereerde nog dat het dagelijks drinken van één of twee glazen rode wijn een gunstige invloed op de werking van het hart zou hebben. Grote wetenschappelijke studies van de afgelopen jaren tonen echter aan dat er geen enkel gezondheidsvoordeel verbonden is aan alcohol. In Nederland vormen jongvolwassenen, 50-plussers en hoogopgeleiden op dit moment de grootste groepen drinkers.
Drankproblemen bij fabrieks- en havenarbeiders
In de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw is alcoholconsumptie vooral een probleem van de arbeidersbevolking. De uitzichtloosheid van armoede, zware werkomstandigheden, lange arbeidstijden en slechte huisvesting zorgen ervoor dat een groot percentage het wekelijkse loon besteed wordt aan sterke drank. Hiermee laten de mannen hun gezinnen vanzelfsprekend in nog grotere financiële en sociale problemen vervallen.
huilende vrouw
Genootschap tot Afschaffing van Sterke Dranken
In 1838 woont de Rotterdamse arbeidersbevolking veelal in krotten aan de vieze stinkende grachten in de binnenstad, zonder waterleiding of zuiver drinkwater. De sterke behoefte om de dagelijkse zorgen te verdrinken blijkt uit het gegeven dat er in de stad 1200 plekken bestaan waar drank wordt verkocht tegenover 433 plaatsen waar brood verkrijgbaar is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist in haven- en arbeidersstad Rotterdam in dat jaar een genootschap wordt opgericht tot afschaffing van sterke dranken. De oprichters vinden het belangrijk dat juist ook vrouwen lid kunnen worden en toegang krijgen tot de vergaderingen. Een ander belangrijk uitgangspunt is het behoud van godsdienstige neutraliteit.
In 1844 wordt het afschaffingsgenootschap een afdeling van de twee jaar eerder opgerichte Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Sterke Dranken (ook wel bekend onder de naam ‘de Blauwe Knoop’). Hiermee moet de Rotterdamse tak het streven naar godsdienstige neutraliteit laten varen aangezien de vereniging een protestants-christelijk karakter heeft. Net als het Rotterdamse Genootschap richt de Vereniging zich op de bestrijding van sterke drank, in het bijzonder jenever. De gevaren van bier en wijn worden dan nog niet ingezien. De leden bestaan vooral uit voorstaande Rotterdammers en ondanks het houden van openbare vergaderingen en de verspreiding van geschriften blijft het ledenaantal zeer beperkt. Rond het jaar 1875 stappen nog veel leden over naar de pas opgerichte Volksbond tegen Drankmisbruik of de Nationale Christen-Geheel Onthouders Vereeniging.
Aan het einde van de 19e eeuw slaat de Vereniging tot Afschaffing van Sterke Dranken een succesvolle nieuwe weg in om een drankvrije samenleving te bewerkstellingen. Er wordt eindelijk aansluiting gezocht bij de arbeidersbeweging zèlf, de vakbonden en sociaal politieke partijen. Gezamenlijk wordt een strijd gevoerd voor emancipatie van de arbeidersklasse, het algemeen kiesrecht en een verkorting van de arbeidstijd. Dit alles vanuit de gedachtegang dat het streven naar geheelonthouding sterk samenhangt met het verbeteren van maatschappelijke situatie van de drinkende arbeiders.
In 1908 viert de afdeling Rotterdam van de vereniging (die inmiddels de naam heeft veranderd in Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende dranken) haar 70-jarig bestaan in zaal Caledonia aan het Haringvliet. De met vaandels van de vakverenigingen versierde zaal is gevuld met allerlei afgevaardigden van zusterorganisaties en er klinken liederen met titels ‘Sluit Schiedam’, verwijzend naar dé jeneverstad van Nederland. Het streven naar geheelonthouding is inmiddels het doel van de vereniging geworden.
Het hoogtepunt qua propaganda en ledenaantallen beleeft de vereniging in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. Vanaf 1911 worden er ‘Blauwe Weken’ georganiseerd, vaak rond de periode van de Dag van de Arbeid, op 1 mei. Wandeltochten, filmavonden, geldinzameling en demonstraties zijn vaste onderdelen van de Blauwe Week. Het verenigingsblad ‘De Blauwe Vaan’ verschijnt wekelijks in zeer grote oplage. De Rotterdamse afdeling geeft daarnaast tussen 1927 en 1941 een eigen maandkrant uit onder de titel ‘Rotterdam Droog’. Aan het einde van de jaren dertig wordt in ‘Rotterdam Droog’ verslag gedaan van de steeds lagere opkomsten bij bijeenkomsten en Blauwe Week-evenenmenten.
Vanwege een teruglopend ledenaantal in de jaren na de Tweede Wereldoorlog fuseert de Vereniging samen met de Orde van Goede Tempeliers (waarvan de eerste loge in 1893 werd opgericht in Rotterdam) en de Snelverkeers Onthouders Vereniging tot de Algemene Nederlandse Drankbestrijders Organisatie (ANDO).