Fotocollectie ROTEB
De oprichting van de Rotterdamse reinigingsdienst in 1876 valt in grote lijnen samen met de aanleg van drinkwaterleiding en het rioleringssysteem. Met elkaar geven ze een belangrijke boost aan de verbetering van de Rotterdamse volksgezondheid. De geschiedenis van de Roteb is vastgelegd in een grote collectie beelden.
tekst en link
Geschiedenis van de ROTEB in beelden
In de 4.400 onlangs gedigitaliseerde en beschreven foto's van de ROTEB uit de periode (1900-1990) is een groot deel van de ontwikkeling van deze Reinigings- en Ontsmettingsdienst en alle bijbehorende bedrijfstakken goed te volgen. De nadruk ligt op de periode van na de Tweede Wereldoorlog. Veel fotomateriaal van voor die tijd is verloren gegaan bij het bombardement van 14 mei 1940.
Inleidingsfoto's Roteb
Het ontstaan van de gemeentelijke reinigingsdienst
Tot ver in de 19e eeuw is het ophalen van Rotterdamse huisvuil het werk van ‘karrelieden’. Doorgaans betreft dit sociaal zwakkeren of ex-gedetineerden, mannen die voor een zeer schamel inkomen in dienst zijn bij particuliere pachters. Hun verdienmodel bestaat uit het recht om uit het afval spullen te sorteren die nog bruikbaar of verkoopbaar zijn. Erg zorgvuldig gaan de karrelieden niet te werk. Ze zoeken uit wat van hun gading is en het overige vuil blijft dikwijls achter op straat.
Rotterdam in de tweede helft van de 19e eeuw
Met de hygiëne is het in deze periode in de binnenstad zeer slecht gesteld. Rotterdam telt halverwege de 19e eeuw 140.000 inwoners. En terwijl het aantal bewoners van de volksbuurten in de stadsdriehoek fors doorgroeit, blijven sanitaire voorzieningen uit. Niet alleen belandt het afval op straat of in de gracht, riolering en drinkwaterleiding moeten nog aangelegd worden. Rotterdam heeft in die jaren de benaming ‘modderstad’ omdat de wegen en steegjes nog niet bestraat zijn. Over hygiëne wordt nauwelijks nagedacht en regelmatig zijn er uitbraken van besmettelijke ziektes zoals cholera en tyfus. In het jaar 1849 bijvoorbeeld vallen er in Rotterdam 2000 doden als gevolg van een cholera-epidemie.
De oprichting van de gemeentelijke stadsreiniging
Als de Rotterdamse gemeenteraad in 1876 besluit tot overname van de vuilophaal en de stadsreiniging wordt stadsapotheker A.C. Cramer tot directeur van de nieuwe dienst benoemd. Dit lijkt een merkwaardige keuze, maar aanvankelijk leeft het idee dat Cramer dankzij zijn scheikundige kennis de gemeentekas kan spekken met de fabricage van mestpoeder uit stadsvuil en fecaliën.
Vroege Roteb foto's
Een deel van het personeel, inclusief de paarden, karren, vaartuigen, stallen, smederij en wagenmaker op het terrein van Bosland, wordt overgenomen van de pachters. Al snel blijkt dat de chemische proeven van apotheker Cramer op niets uitlopen en de gemeentelijke reiniging uiteindelijk veel meer geld kost dan het oplevert. Veel belangrijker is dat Cramer een goed fundament legt voor de verbetering van de hygiënische omstandigheden in de stad.
Professionalisering en uitbreiding van de dienst
De opvolger van Cramer, M.A. van der Perk, professionaliseert de gemeentelijke reinigingsdienst. Hij verbetert de arbeidsvoorwaarden van het personeel, zorgt voor dienstkleding en ontwikkelt plannen voor een vuilverbrandingsinrichting. Deze installatie aan de Brielselaan opent in 1912. Het is de eerste vuilverbrander van Europa en is bedoeld om de overvolle vuilnisbelten in de stad, zoals die bij het Kralingse Hout, te ontlasten.
Ontsmetting
In 1926, 50 jaar na de start van de gemeentelijke dienst, is het aantal inwoners van Rotterdam gegroeid tot een half miljoen. Bij de dienst met de inmiddels onuitspreekbare naam GVMROD werken dan ruim 900 werklieden en ca. 100 ambtenaren op kantoor. Bij de Gemeentelijke Vervoer- en Motordienst, Reinigingsdienst en Ontsmettingsdienst is men langzaam maar zeker aan het overstappen van paardenkracht naar gemotoriseerd vervoer. Sproeiauto’s, sneeuwschuivers, vuiltransportauto’s en heel veel ander reinigingsmachines doen hun intrede. De GVMROD is ook verantwoordelijk geworden voor de aanschaf en het onderhoud van het gehele gemeentelijke wagenpark. Zo komt de indrukwekkende Ahrens Fox-brandweerspuit in 1928 onder beheer van de dienst. Diverse nieuwe voertuigen worden door de medewerkers veelvuldig gefotografeerd. Kort voor WO2 is de paardentractie van de oorspronkelijke reinigings- en vuilophaaldienst geheel verdrongen door gemotoriseerd vervoer.
WOII
Het bombardement van 14 mei 1940 vernietigt het hoofdkantoor met garages en dienstgebouwen aan de Zalmstraat. Zo verdwijnen ook de volledige administratie en het uitgebreide (foto)archief. Hetzelfde geldt voor de werkplaatsen aan het Bosland en enkele andere locaties van de GVMROD.
voertuigen
ROTEB
Improvisatie is het toverwoord totdat in 1951 het nieuwe hoofdkantoor met uitgebreide werkplaats aan het Kleinpolderplein geopend wordt. Onder de nieuwe naam ROTEB, Reinigings-, Ontsmettings-, Transport- en Brandweerdienst (vanaf 1972 staat de ‘B’ voor Bedrijfswerkplaatsen) gaat de dienst in 1956 de toekomst in. De huisvuilophaaldienst van de ROTEB is het grootste en bekendste bedrijfsonderdeel. De evolutie van de inzameling van het huisvuil start na de oorlog met de invoering in 1948 van de eenheidsemmer (uniform vuilnisvat). Die emmer wordt in de jaren ’70 vervangen door de bekende KOMO-huisvuilzak en weer veel later door huisvuilcontainers en ondergrondse gemeenschappelijk containers.
Opslag vuilnis
In de jaren ’70 is er ook meer aandacht voor milieuverontreiniging en doet de scheiding van afvalstoffen zijn intrede met de komst van de eerste glasbakken en inzamelingspunten voor klein chemisch afval.
reclycling
Sturen op gedragsverandering
Hoe kunnen burgers meehelpen met het schoonhouden van de stad? Als proef worden in 1927 112 papierkorven op diverse plekken in de stad geplaatst. Het aantal breidt in de decennia daarna flink uit. Kinderen en hondenbezitters zijn in de jaren '70 en '80 belangrijke doelgroepen voor voorlichtingsacties. Met de 'In de goot'-campagne worden de hondenbaasjes erop gewezen dat zij hun hond moeten leren hun behoefte te doen in de goot.
Campagnes
Einde van een begrip
De pas gepubliceerde beeldcollectie van en over de ROTEB beslaat de periode van oprichting in 1876 tot de jaren '80 van de vorige eeuw. De organisatie van de Rotterdamse stadsreiniging zelf valt sinds 2013 onder het Cluster Stadsbeheer. In 2019 verdwijnt ook de naam ROTEB uit het stadsbeeld. De blauwe neonletters die jarenlang op het dak van het gebouw op het Kleinpolderplein schitterden, zijn opgenomen in de collectie van Museum Rotterdam.
Bronnen
Bronnen
- Gemeentelijke vervoer- & motordienst reinigingsdienst en ontsmettingsdienst van Rotterdam door M.J. Brusse. Rotterdam : W.L. & J. Brusse's uitgevers maatschappij, 1926. Signatuurnummer XXIV B 54
- 125 jaar werken aan een schoon Rotterdam : 'Als wij er niet waren had iedereen een polstok nodig om vooruit te komen' / Mark Harbers, Barbara Hoogsteden en Cor Luykx. - Rotterdam : ROTEB, 2001. Signatuurnummer XXXV C 39
- Honderd jaar Reinigingsdienst Rotterdam / Harry Edzes. In: ROTEB-nieuws, nr 3, 1976. pag. 1-35. Signatuurnummer P 1428
Naar de collectie
De fotocollectie
Collectie 4039 - foto's van de ROTEB en voorgangers.
Het archief
Toegangsnummer 532 - Archief van de ROTEB