Particuliere Armenzorg door Van Dooren's Vrouwengesticht

Het Van Dooren’s Vrouwengesticht van Weldadigheid (1832-1974) was één van de door particulieren gestichte liefdadige instellingen waarvan Rotterdam er in het verleden verschillende had. Het vermogen van de stichting is nagelaten door Maria Catharina van Dooren (1769-1832).

Nalatenschap 
Koopmansdochter Maria Catharina van Dooren is de laatste telg van een zeer rijke Rotterdamse familie, die in het bezit is van een flinke hoeveelheid landerijen en onroerende goed in Rotterdam en ver daarbuiten. Bij haar overlijden in 1832 vermaakt Maria Catharina haar gehele nalatenschap aan ‘de beoefening der weldadigheid’. In haar testament bepaalt zij dat haar woning aan de Korte Hoogstraat nummer 5 huisvesting zou bieden aan zes ongehuwde katholieke dames. Deze vrouwen moeten het liefdadigheidswerk van de Maria Catharina van Dooren voortzetten. Uit het kapitaal worden Rotterdamse armen in natura gesteund. Van Dooren had bepaald dat drie vierde van de geholpenen katholiek moest zijn en één vierde andersdenkend, oftewel protestant. 

Nieuw pand aan de Coolvest
Het woning aan de Korte Hoogstraat 5 blijkt aan het einde van de 19e eeuw te klein voor de bewoners en hun liefdadigheidswerk.  In de enorme achtertuin wordt in 1907 gestart met de bouw van een moderner gebouw. De voorgevel van het pand aan de zijde van de Coolvest krijgt een monumentaal en klassiek uiterlijk zodat het niet uit de toon valt naast het Erasmiaans Gymnasium enerzijds en het gebouw van de Passage aan de andere zijde.

100-jarig bestaan 
Naast het aantal cliënten groeit het vermogen van de stichting stevig door, mede dankzij slimme beleggingen in landerijen zoals in de Cool- en Blijdorpsepolder die aan het begin van de 20e eeuw vanwege stadsuitbreidingen verkocht worden aan de gemeente.

Van Dooren's Vrouwengesticht van Weldadigheid
Het nieuwe pand van Van Dooren's vrouwengesticht, ontworpen door Jac. van Gils. 1908. Maker: onbekend.

Midden in de economische crisis van de jaren dertig viert Van Dooren’s Vrouwengesticht van Liefdadigheid haar 100-jarig bestaan. In verband met de tijdsomstandigheden gebeurt dit zonder feestelijkheden. Het Rotterdamsch Nieuwsblad schrijft op 8 augustus 1932: “In een stad als Rotterdam zijn steunbehoeftigen en steunbegeerigen vanzelfsprekend groot in aantal. De zes stichtsvrouwen maken nu gebruik van de diensten van den Armenraad. Zeer veel schoons heeft de stichting […]  tot stand gebracht, gezinnen van ondergang gered en moeilijkheden verzacht.”

Fusie van liefdadigheidsinstellingen 
Bij het bombardement van 14 mei 1940 wordt het pand van Van Dooren’s Vrouwengesticht verwoest. De zaak wordt later voortgezet aan de Oudedijk nummer 21. 

In 1970 fuseert de organisatie met twee ander stichtingen die zich eveneens inzetten voor minderbedeelden in de maatschappij. Dit ‘Fonds DBL’ bestaat nog steeds en steunt organisaties en initiatieven in de Rotterdamse regio en daarbuiten. Eén daarvan is de Stichting Maaszicht die opvang zorg en begeleiding biedt aan jongeren tussen de 17 en 23 jaar.

De restanten van het vrouwengesticht na het bombardement van 14 mei 1940.
De restanten van het Vrouwengesticht na het bombardement van 14 mei 1940. Fotograaf: E.J. Marcelis. Collectie 4287, documentnr. XXXIII-569-05-01-12.

Archieven: