Plastisch chirurg J.C. van der Meulen

De medische praktijk kent een lange geschiedenis. Van etterende wonden, aderlatingen en kwakzalverij naar effectieve pijnbestrijding, hygiëne en onvoorstelbare gelaatsreconstructies. Veel grote historische gebeurtenissen lagen ten grondslag aan de noodzaak tot groeiende medische bekwaamheid. Iedereen heeft wel gehoord van de Europese geneeskundige grondleggers als Pasteur, Fleming en Semmelweis en de Nederlandse pioniers Van Leeuwenhoek, Jacobs en Boerhaave, maar ook op lokaal niveau hebben medische grondleggers een belangrijke rol gespeeld. Zo heeft Jacques van der Meulen (1929-2017) de plastische chirurgie op de kaart gezet in het Erasmus Medisch Centrum. Stadsarchief Rotterdam is in het bezit gekomen van zijn interessante archief.

Pionieren voor de Patiënt

Zwart wit portret van JC van der Meulen gemaakt door M. Van der Meulen.
Jacques van der Meulen (1929–2017)

Pionieren voor de Patiënt

Toen mij werd gevraagd het persoonsarchief van een plastisch chirurg te inventariseren, was ik meteen enthousiast. Dat was zelfs nog voordat ik besefte dat ik niet zomaar met een plastisch chirurg te maken had. Tijdens het vooronderzoek bleek hoe weinig archieven van chirurgen er bij Nederlandse archiefinstellingen te raadplegen waren. Het medisch erfgoed in archievenland bestaat vooral uit institutionele archieven van ziekenhuizen en zorginstellingen en bevat voornamelijk beleidsmatige stukken. Dit archief is echter gevormd vanuit het perspectief van iemand die de praktijk beoefende en nauw betrokken was bij de opzet van een nieuwe polikliniek én bijzondere leerstoel.

Jeugd en onderwijs

Jacques van der Meulen werd in 1929 geboren in Eindhoven. Na een periode op het Instituut Huize Ruwenberg in Sint-Michielsgestel keerde hij terug naar zijn geboortestad, waar hij zijn middelbareschooltijd doorbracht aan het Rooms-Katholiek Gymnasium van de Scholengemeenschap Augustinianum. Na het behalen van zijn diploma in 1947 verhuisde hij naar Leiden om daar Geneeskunde te studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Na een drukke studententijd zette hij zijn eerste stappen in de medische praktijk. Op 1 juni 1956 begon hij als hulpgeneesheer op de chirurgische afdeling van het Gemeenteziekenhuis Zuidwal in Den Haag. Daar werkte hij samen met ervaren chirurgen van wie hij het vak in de praktijk leerde en bouwde hij aan de kennis en ervaring die de basis zouden vormen voor zijn verdere carrière.

Specialisatie

Vanaf 1961 vervolgde hij zijn loopbaan bij het Dijkzigt Ziekenhuis (het latere Academisch Ziekenhuis Erasmus MC) als promovendus. Hij promoveerde in 1964 op de medische aandoening hypospadias met een gelijknamig proefschrift. Dit vormde de grondslag voor zijn specialisatie in de plastische chirurgie. De kwalen die hij verhielp hadden namelijk allemaal gemeen dat het afwijkingen waren die aan het oppervlak zichtbaar waren. Met andere woorden, Van der Meulen hield zich bezig met herstel van vorm en functie van het menselijk lichaam. Zijn specialismen waren handchirurgie, hoofdchirurgie, wondchirurgie, brandwondenchirurgie en genitale chirurgie.

De archiefbescheiden die hieruit zijn gevormd, bestaan vooral uit kennisuitwisselingen tijdens symposia en notulen van vergaderingen van specialistenteams. Denk hierbij aan het ‘Schisisteam Dijkzigt’ van het Erasmus MC, maar ook aan foto’s met patiëntgegevens van nog levende personen. Het gaat allemaal om primaire bronnen waarbij nauwkeurig moet worden gekeken voor welke bescheiden een openbaarheidsbeperking moet gelden.

 

Pionieren voor Rotterdam

Het archief geeft ook inzicht in de gebieden waarop Van der Meulen een grote vernieuwende bijdrage heeft geleverd aan de Rotterdamse, maar ook aan de landelijke ontwikkelingen in de chirurgie. Van der Meulen was erg ambitieus in het opzetten van een leerstoel voor plastische chirurgie in het Erasmus MC. Hij pleitte in zijn correspondentie veelvuldig voor de omzetting van het specialisme van een gewoon lectoraat naar een bijzonder lectoraat in 1981. Hij was daarnaast lid van de medische staf van het Medisch Centrum en had een belangrijk aandeel in de opzet en organisatie van de chirurgische afdeling en de opleidingsvereisten voor het vak.

Hij was medeorganisator van het eerste internationale congres voor de handchirurgie, dat van 16 tot 20 juni 1980 gehouden werd in congresgebouw de Doelen. In correspondentie met andere vooraanstaande chirurgen overlegde hij over de onderwerpen en organisatie van het congres.

Eén archiefstuk springt vooral in het oog vanwege het landelijke belang: zijn correspondentie met de Nederlandse Ziekenfondsraad over de onenigheid over de vergoeding van cosmetische ingrepen ter verbetering van de psychosociale toestand van patiënten. In deze correspondentie gebruikt Van der Meulen de term ‘psychosociaal’ in verband met cosmetische chirurgie om behandelingen van mentaal belastende afwijkingen vergoed te krijgen en deze ingrepen te zien als meer dan louter cosmetisch.

De bibliotheek van Van der Meulen

Een andere bijzonderheid aan het archief van Van der Meulen is het besluit om zijn verzameling boeken in zijn geheel te bewaren. De boeken gaan inhoudelijk geenszins over Rotterdam, maar de verzameling is vanwege het contextuele verband met Van der Meulen als markante persoon, de (internationale) ontwikkelingen in de chirurgie en de opzet van een nieuwe polikliniek in het Erasmus MC erg uniek. Hierbij is het toekomstig gebruik in ogenschouw genomen. Het archief en de verzameling boeken zijn een schat aan informatie voor geneeskundestudenten.

Kenmerkend aan de bibliotheek van Van der Meulen is ook zijn collectie boeken van en over J.F.S. Esser. Op landelijk niveau werd deze chirurg als dé grondlegger van de plastische chirurgie in Nederland gezien. Van der Meulen was een groot bewonderaar. Op 25 januari 1994 ontving hij tijdens een symposium over J.F.S. Esser de allereerste Esser-prijs. Deze prestigieuze onderscheiding werd aan hem uitgereikt vanwege zijn pionierswerk binnen de plastische chirurgie en zijn uitzonderlijke inzet om het historische erfgoed en de innovatieve technieken van Esser te bewaren en te promoten. Twee dagen later, op 27 januari 1994, hield hij zijn afscheidscollege onder de exacte titel "Creo aut submergor - over het ontstaan van specialismen" en ontving hij officieel het emeritaat. Tijdens deze week nam Van der Meulen afscheid van het vak. Hij werd internationaal geroemd och onderhield warme contacten met studiegenoten en vakgenoten die hem bewonderden om zijn inzet en ontwikkelingsdrang in het vak van de plastische chirurgie. Zo blijkt ook uit een brief van minister-president Ruud Lubbers, waarin deze zijn waardering uitsprak voor de ontwikkelingen die Van der Meulen mede binnen het beroep tot stand had gebracht.

Publicaties en archieven