‘Wij zijn een beetje de dokters van het archief’
Eeuwenoude documenten, kleurenfoto’s, cassettebandjes: Stadsarchief Rotterdam bewaart ze allemaal. Al die stukken hebben een speciale behandeling nodig. Restaurator Maaike Heemskerk is een van de collega’s die daarvoor verantwoordelijk is.
‘Bij het vak restaurator denken de meeste mensen aan iemand die archiefstukken repareert en restaureert, net als bij een schilderij,’ zegt Maaike. ‘En dat klopt, dat doen we óók. Maar het is slechts een van onze taken. Wij zijn verantwoordelijk voor alles wat de archiefstukken kan beschadigen. Dus we zorgen dat ze op de juiste manier worden bewaard en behandeld. Dat nieuwe stukken eerst in quarantaine gaan waar ze worden gecontroleerd op beestjes en schimmel. En dat er een plan is bij crises zoals brand of lekkage.’
Kwetsbaar of al beschadigd
Stadsarchief Rotterdam heeft 24 kilometer aan archief met ontelbare stukken. Hoe bepaal je dan wanneer een archiefstuk aan restauratie toe is? ‘Een archiefstuk komt bijvoorbeeld bij ons als het op de studiezaal is opgevraagd door iemand, maar te beschadigd is. Of als een museum een stuk wil tentoonstellen, of als het gedigitaliseerd moet worden. Wij kijken dan of zo’n stuk dat aankan, of het niet te kwetsbaar of te beschadigd is. En dan beoordelen we wat we eraan moeten doen.’
Japans papier
Ze laat een voorbeeld zien. ‘Kijk, hier heb je de Kermiscourant uit 1904 (een krant met informatie en advertenties over de kermis, red.) Daar zaten meerdere scheuren in. Die heb ik gerepareerd door er Japans papier overheen te plakken. Dat is heel dun, het lijkt wel gaas. Het nadeel is dat de letters in de krant daardoor iets minder zwart lijken dan ze in het echt zijn. Maar dat nadeel weegt op tegen het risico dat anders misschien de hele pagina uit elkaar zou vallen.’
Boek Feyenoord
Maar niet alles blijkt te herstellen. ‘Zoals dit enorme boek over Feyenoord. Je ziet dat het heel vaak is gebruikt, en helemaal is losgekomen van de band. Dat is helaas niet te herstellen, want de bindconstructie is niet sterk genoeg voor het gewicht van het boek. Na een reparatie zou hetzelfde probleem zich weer voordoen. We moeten dus per archiefstuk kijken van welk materiaal het gemaakt is en hoe de constructie is.’
Van perkament tot cassettebandjes
In het stadsarchief werken 3 restauratoren. Een houdt zich vooral bezig met foto’s en filmpjes. Maaike en haar andere collega zijn boek- en papierrestaurator. ‘Je moet verstand hebben van leer, perkament, papiersoorten, schrijfmiddelen en van boekbinden. Niet alleen hoe boeken nu in elkaar zitten, maar vooral alle bindconstructies die ze gebruikten in het verleden, bijvoorbeeld in de 13e of de 16e eeuw. Want boeken zien er nog steeds min of meer hetzelfde uit, maar in de manier van binden is heel veel veranderd.’
(tekst gaat verder onder de foto)
Oude lompen
‘Ook moeten we van alle papiersoorten weten hoe ze gemaakt zijn. Papier in de 16e of 17e eeuw werd meestal gemaakt van oude lompen. Dat is nu vaak nog beter dan papier uit de 19e eeuw of tijdens de wereldoorlogen, toen het gemaakt werd van houtpulp. Het verschil tussen die papiersoorten is enorm, dat zie je en dat voel je ook. En dat moet zo blijven, ook na restauratie. Dus we zoeken methodes die zo goed mogelijk aansluiten bij dat materiaal.’
Schimmels en beestjes
Het vak van restaurator is dan ook heel technisch, er komt veel scheikunde bij kijken. ‘Je moet snappen wat er gebeurt met een materiaal als de temperatuur stijgt of daalt, of als het vochtgehalte in de lucht toe- of afneemt. Hoe schimmels en andere beestjes zich gedragen.
Bovendien moet elke restauratie ook weer ongedaan gemaakt kunnen worden. Dat stelt nogal wat eisen aan bijvoorbeeld de lijm die we gebruiken. Want als een reparatie schade veroorzaakt aan het stuk, dan moet deze verwijderd kunnen worden. Bovendien kunnen er altijd nieuwe, betere restauratiemethodes kunnen komen.’
Meebewegen met temperatuur
Het vak boek- en papierrestaurator bestaat pas sinds de jaren ’80. Daardoor is het nog volop in ontwikkeling. ‘Soms komen er nieuwe inzichten en veranderen de richtlijnen. Vroeger waren we bijvoorbeeld heel rigide wat betreft de temperatuur en luchtvochtigheid in depots. Inmiddels weten we dat veel stukken het goed aankunnen als we wat meebewegen met de temperatuur buiten. Als het buiten warm is of juist koud, mag de temperatuur binnen ook een beetje oplopen of lager zijn. Dat scheelt enorm in de energiekosten.
De stukken die snel beschadigen door een hogere temperatuur of vochtgehalte bewaren we in een apart depot met strengere klimaateisen. Dat zijn bijvoorbeeld stukken van modernere materialen zoals kleurenfoto’s, papier gemaakt van hout en cassettebandjes.’
Bibberige bezoekers
Behalve het restauratiewerk doen Maaike en haar collega’s dus nog veel meer. ‘We stellen richtlijnen en trainingen op voor collega’s. Hoe ze moeten omgaan met al die kwetsbare stukken, en ook hoe ze ervoor kunnen zorgen dat bezoekers er voorzichtig mee omgaan. Want alle archiefstukken zijn volgens de wet openbaar toegankelijk. Iedereen mag ze inzien, ook iemand die wat onhandiger is of die bijvoorbeeld bibberig is door een ziekte.’
Hoofd en handen
‘Het leuke van het werk is dat je met je hoofd én je handen bezig bent. Je moet veel kennis hebben en de laatste ontwikkelingen bijhouden. Maar je moet ook heel praktisch zijn en het kunnen uitvoeren. De verantwoordelijkheid is groot, die laat ik ook niet los als ik naar huis ga. Wij zijn dus ook echt wel die irritante collega’s die lopen te zeuren over hoe je met de stukken omgaat. Want we willen de stukken over 200 jaar nog steeds laten inzien op de studiezaal. We zijn dus eigenlijk zowel de bewakers als de dokters van het archief!’
Annemarie Los, Gemeente Rotterdam