Abortusdebat in Rotterdam
Abortusdebat in Rotterdam
Op een zaterdag in november 1970 gaat de feministische actiegroep Dolle Mina in een aantal grote steden de straat op. Met de verkoop van appels willen ze geld ophalen voor de Stichting Medisch Verantwoorde Zwangerschapsonderbreking (Stimezo). Deze organisatie is het jaar ervoor opgericht op initiatief van de Rotterdamse psychiater C. (Kees) Th. Van Schaik. Het belangrijkste doel: het openen van abortusklinieken.
Abortus niet langer taboe
Abortus is lange tijd verboden in Nederland. Eind jaren ’60 begint dat verbod te wankelen onder invloed van veranderende opvattingen over seksualiteit en voortplanting. Onderwerpen als seks voor het huwelijk en het gebruik van voorbehoedsmiddelen komen langzaam uit de taboesfeer. Voor abortus geldt hetzelfde. Als het Verenigd Koninkrijk in 1967 een nieuwe abortuswet aanneemt, beginnen ook in Nederland vrouwen openlijk om abortus te vragen.
Sommige huisartsen zijn gevoelig voor zulke geluiden en zetten hun praktijk open voor vrouwen die ongewenst zwanger zijn geraakt. Grote ziekenhuizen, zoals het Rotterdamse Dijkzigt, vormen speciale teams om verzoeken tot abortus te beoordelen. Is er naar het oordeel van zo’n team sprake van ernstige geestelijke nood, dan kan de ingreep worden uitgevoerd.
De roep om gespecialiseerde arbortusklinieken
Voor de mensen achter Stimezo is dat echter niet genoeg. Ze merken dat lang niet alle vrouwen die hun zwangerschap willen afbreken gehoor krijgen. In dat geval zijn ze gedwongen aan te kloppen bij een illegale aborteur of hun heil te zoeken in een peperdure kliniek in het buitenland. Aan die situatie moet een einde komen, vindt Stimezo. Vandaar het pleidooi voor gespecialiseerde klinieken in eigen land.
Feministische organisaties als Dolle Mina scharen zich achter dat pleidooi. Voor hen is het een uitgemaakte zaak dat een zwangere vrouw zelf mag beslissen of ze wel of geen abortus wil. Dat standpunt wordt kernachtig uitgedrukt in de Dolle Mina-leus ‘Baas in eigen buik’. Wie op zaterdag 14 november 1970 op de Lijnbaan een appeltje koopt bij de actiegroep, weet dan ook waar het geld naartoe gaat. En anders worden ze er wel aan herinnerd door de grote posters die aan de bakfiets hangen. In Rotterdam gaan alle appels van de hand; opbrengst: 650 gulden. In Amsterdam weet de actiegroep, ondanks het gemeentelijke verbod op de verkoopactie, zelfs 2000 gulden op te halen. (tekst loopt door onder de afbeeldingen)
Abortuskliniek Ebenhaëzerstraat
Tegenstanders in het offensief
Tegenstanders in het offensief
Nadat ook de Rotterdamse gemeenteraad zich in meerderheid achter het initiatief van Stimezo heeft geschaard, kan de stichting in oktober 1971 haar abortuskliniek openen aan de Ebenhaëzerstraat in de wijk Carnisse. Andere steden zijn Rotterdam dan al voorgegaan. Nadat in februari van dat jaar de eerste is geopend in Arnhem, zijn ook in Beverwijk, Utrecht, Amsterdam en Den Haag klinieken van de grond gekomen.
Aangemoedigd door deze successen gaan er steeds meer stemmen op om abortus nu helemaal te legaliseren. Ondertussen beginnen de tegenstanders van het abortusbeleid zich echter ook te roeren. Zij betogen dat het ongeboren kind net zo goed rechten heeft en pleiten daarom voor het handhaven van het verbod op abortus en voor betere hulp aan vrouwen die ongewenst zwanger zijn geworden. Zij vinden een bondgenoot in de minister van Justitie Dries van Agt, die weinig moet hebben van de abortuspraktijk zoals die zich in Nederland heeft ontwikkeld. De minister doet zelfs enkele pogingen om die praktijk weer aan banden te leggen. Zijn voornaamste mikpunt is de Bloemenhovekliniek in Heemstede.
Van Agts optreden brengt veel onrust teweeg, niet in de laatste plaats bij de vrouwenbeweging. Het leidt in 1974 tot de vorming van een nieuwe actiegroep: Wij Vrouwen Eisen. Deze groep richt zich helemaal op de abortuskwestie. De doelstellingen zijn: abortus uit het wetboek van strafrecht, abortus in het ziekenfondspakket en de vrouw beslist. Eind 1976 komt er ook een Rotterdams afdeling van Wij Vrouwen Eisen tot stand. Het is een klein maar actief gezelschap: ze demonstreren, beleggen bijeenkomsten en geven voorlichting. Vaak trekken ze daarbij samen op met andere vrouwenorganisaties, zoals de Rooie Vrouwen, Man-Vrouw-Maatschappij en Dolle Mina.
Een nieuwe abortuswet
Na veel politiek getouwtrek neemt de Tweede Kamer in 1980 met een nipte meerderheid een nieuwe abortuswet aan. Die staat abortus onder voorwaarden toe. Zo mag de ingreep alleen worden uitgevoerd in ziekenhuizen of speciale klinieken. Daarnaast geldt een bedenktijd van vijf dagen en kan niemand verplicht worden aan abortus mee te werken. Progressieve partijen stemmen tegen de wet. Voor hen - en voor veel vrouwenorganisaties - gaat die niet ver genoeg. Aan de vooravond van de stemming in de Eerste Kamer op 31 maart 1981, is er een landelijke vrouwenstaking. Ook in Rotterdam wordt die dag gestaakt. Hoogtepunt is een demonstratieve optocht door het centrum, waaraan een paar duizend vrouwen deelnemen. Het is een van de laatste wapenfeiten van Wij Vrouwen Eisen in Rotterdam. Kort nadat ook de Eerste Kamer heeft ingestemd met de nieuwe abortuswet houdt de organisatie op te bestaan.
Meer weten over het abortusdebat in Rotterdam?
- Archief van de Stichting Medische Zwangerschapsonderbreking (Stimezo), 1968-1999 (toegang 489)
- Archief van het Aktiekomitee Wij Vrouwen Eisen, afd. Rotterdam, 1977-1981 (toegang 1323)