Uw zoekacties:
x268 Archief van het oudste gedeelte der firma Boutmy & Co., cargadoors en expediteurs te Rotterdam
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

268 Archief van het oudste gedeelte der firma Boutmy & Co., cargadoors en expediteurs te Rotterdam
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
268 Archief van het oudste gedeelte der firma Boutmy & Co., cargadoors en expediteurs te Rotterdam
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Titel:
Geschiedenis van de archiefvormer
In 1926 ging deze zaak (firmanten W.S. Burger en A.A. Koolhoven) over aan de N.V. Gibson Rankine's scheepsagentuur (een Nederlandsche naamloze vennootschap waarvan aandeelhouders zijn Engelschen)
De heer W.S. Burger, firmant van Boutmy & Co te Rotterdam, is ook lid van gelijknamige firma's te Antwerpen en Gent, welke onder den ouden naam blijven voortbestaan.
Het bedrijf omvatte geregelde diensten op Leith, Dundee en Grangemouth, bij voldoende aanbod aan lading ook op Aberdeen.
Wat de geschiedenis van deze firma betreft kan ik het volgende mededelen. De firma Boutmy & Co werd waarschijnlijk opgericht door G. Heaton met wien zich al spoedig Th. J. Boutmy associeerde; later werd de zaak door de gebroeders Boutmy gedreven, nog later werd de naam Boutmy & Co.
Het bedrijf was aanvankelijk (1808) gevestigd aan de Wijnhaven B. 267 onder den naam van G. Heaton Junior, later (1817) aan de Leuvehaven C. 323, eerst onder den naam Heaton & Boutmy, daarna onder dien van Boutmy & Co.; in 1910 is het naar de Calandstraat 7a overgebracht. Vóór 1815 was nog firmant de heer T.B. Tempelman van der Hoeven en in 1850 traden als zoodanig op mevr. de wed. F.J. Boutmy en de heeren G.J. Boutmy, A.J.F. Burger en H. Flaes, terwijl later nog enkele leden der familie Burger deel uitmaakten van de firma.
Voor de geschiedenis der firma Boutmy & Co zie men verder de achter deze inleiding gevoegde aanteekeningen van den heer A.A. Koolhoven, die, na den dood van J. Burger, in juni 1909, firmant was geworden.
Voor de genealogie der familie Burger zie men Nederlands patriciaat V (a: 1914) pag. 58 vlg.
Tenslotte nog eenige bijzonderheden over de familie Boutmy. Ludovikus Boutmy, j.m. van Metz, trouwde voor Burgemeesteren 31 october 1779 met Catharine Graauws (Graus) j.d. van Rotterdam. Uit dit huwelijk werden, behalve een aantal dochters, de volgende zoons gedoopt in de R.K. kerk aan de Slijkvaart (thans Lange Torenstraat):
27 febr. 1783 Gerardus Johannes
27 maart 1785 Theodorus Jakobus
1 juni 1787 Johannes.
Een tweede zoon Johannes uit het tweede huwelijk van Lodewijk Boutmy met Gerarda Catharine Graus, gesloten 14 april 1799, werd 20 juli 1800 in dezelfde kerk gedoopt.
5 juli 1780 had Ludovicus Boutmy (onder acte van R.A. het Paradijs in dato 9 october 1779) finale admissie gekregen.
Zie over de smokkeldaden van de firma Heaton en Boutmy in den Franschen tijd het Rotterdamsch Jaarboekje 1924 blz. 52 en 70 vlg.
Aantekeningen door A.A. Koolhoven over de geschiedenis der firma Boutmy & Co, R'dam (1920)
De eerste post in het journaal, dato 1 februari 1802, handelt over het openen der zaak. Er wordt daarin gesproken over het kapitaal dat ik in mijn zaak steek. Waaruit zou volgen dat de zaak door één persoon is begonnen. Echter is dat de Heer F.J. Boutmy niet geweest. Wel komt de naam van den Heer G. Heaton voor in de boeken, maar als iemand met wien en voor wien iets gedaan wordt.
Bij de Winst- & Verliesrekening is overigens steeds sprake van één persoon naar wiens Kapitaalrekening het saldo wordt overgebracht. In augustus 1810 is met de boekhouding plotseling opgehouden en over dat jaar bestaat geen Grootboek, ofschoon dat er moet geweest zijn, naar uit het journaal blijkt.
In januari 1814 beginnen de boeken weder, maar zonder openingspost, zoodat vermoedelijk één of meer journalen ontbreken. In dat jaar blijkt er een vennootschap te bestaan, althans de winstverdeeling is:
G. Heaton;
Th.J. Boutmy;
T.B. Tempelman v.d. Hoeve: ieder een derde.
In 1815 verdwijnt laatstgenoemde en ontvangen de beide eerstgenoemden resp. een derde en 2/3 winstaandeel.
In 1816 wordt de winstverdeeling resp. 3/8 en 5/8 en in 1818 ieder de 1/2.
Op 11 october 1820 sterft de Heer G. Heaton en blijkt nu uit de boeken dat de zaak na 1810 gedreven werd onder de firma "Heaton & Boutmy".
Deze firmanaam blijft behouden tot 31 december 1822, en op 1 januari 1823 associeeren zich de Heeren F. J. Boutmy & G.J. Boutmy onder de firma Boutmy & Co.
In 1849 overlijdt de Heer F.J. Boutmy en zet zijn weduwe de zaken voort met den Heer G.J. Boutmy tot 1 januari 1850, toen als firmanten optraden:
Mevr. de Wed. F.J. Boutmy,
de heer G.J. Boutmy,
de heer A.J.F. Burger,
de heer H. Flaes.
In 1851 komt op initiatief van den Heer Burger de eerste stoomboot ("Balmoral") in de vaart tusschen Rotterdam en Leith, waarvan de aandeelen genomen worden door genoemden Heer Burger en de Heeren Geo. Gibson & Co.
De Heer Flaes overlijdt in 1857 en de Heer G.J. Boutmy in 1858. Op 1 october 1878 wordt de Heer W.S. Burger als deelgenoot opgenomen in de firma en tevens een filiaal geopend te Antwerpen. In 1881 wordt een tweede filiaal geopend te Gent. Op 1 januari 1890 wordt de Heer J.M. Burger als deelgenoot opgenomen.
Op 27 september 1892 overlijdt de Heer A.J.F. Burger en wordt de firma door genoemde Heeren W.S. en J.M. Burger voortgezet.
Op 17 juni 1909 overlijdt de Heer J.M. Burger en wordt de firma te Rotterdam vanaf 1 juli 1909 voortgezet door de Heeren W.S. Burger en A.A. Koolhoven. Op 1 mei 1927 wordt de firma Boutmy & Co te Rotterdam overgedragen aan de N.V. Gibson-Rankine's Scheepsagentuur.
Bovenstaande gegevens zijn zoo goed mogelijk uit de boeken der Firma Boutmy & Co. opgemaakt.
Aanteekeningen van den Heer A.A. Koolhoven, thans (1927) te Rijswijk, gemaakt omstreeks 1920.
Geschiedenis van het archief
Inhoud en structuur van het archief
Verantwoording
Aanwijzingen voor de gebruiker
Opmerkingen openbaarheidsbeperkingen
Beschrijving van de series en archiefbestanddelen
Kenmerken
Jaar van uitgave:
1927
Overheid of particulier:
Particulier
Trefwoorden:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS