De eigenlijke totstandkoming van het stadhuis begint op 13 mei 1909. Op die dag keurt de gemeenteraad de plannen van burgemeester Zimmerman goed die een combinatie zijn van een nieuw stadhuis en postkantoor, de demping van de Coolvest  en de afbraak van de Zandstraatbuurt. Dit laatste is nodig omdat zowel het nieuwe stadhuis als het hoofdpostkantoor veel ruimte in zullen nemen. Het blijkt tevens een handig breekijzer voor de uitvoering van een ander plan: de afbraak van de verkrotte volkswijk en rosse buurt.

Het debat in de gemeenteraad lokt nauwelijks protesten uit. Raadslid Verheul geeft zelfs aan dat de charme van het plan de gelukkige combinatie van opruiming van een groot aantal krotwoningen is. Zimmerman en gelijkgestemden zoals de architecten en raadsleden Buskens en Verheul  hopen met de afbraak van de Zandstraatbuurt een beschavingsoffensief in gang gezet te hebben.

 image

Danssalon in de Mostersteeg. Zandstraatbuurt, 1912. Fotograaf is Henry Berssenbrugge.

'De Polder'
Terwijl op de avond van 13 mei 1909 het doodvonnis van de Zandstraatbuurt geveld wordt, bereiden de bewoners zich ondertussen voor op het geboortefeest van prinses Juliana dat de volgende dag gevierd zal worden. Nergens in de stad zijn de straten tijdens Oranje-feesten zo enthousiast versierd als daar. Het beroemde en beruchte Zandstraatkwartier, ook wel ‘de Polder’ genoemd, is namelijk meer dan een verpauperde volkswijk. Het is een internationaal vermaarde rosse buurt die ’s nachts tot leven komt. Er zijn kroegen, nachtclubs, bordelen, danslokalen en ook kleine theatertjes waar wordt opgetreden door artiesten en muzikanten uit binnen- en buitenland. Alleen al in de Zandstraat zijn vijftig kroegen, danshuizen en nachtwinkels gevestigd.

Bovenal staat ‘de Polder’ bekend als hét prostitutiecentrum van Rotterdam. Dankzij het gereedkomen van de Nieuwe Waterweg in 1872 en de flinke toename van de binnenscheepvaart op Duitsland is het bezoek van zeelieden aan de stad aanzienlijk gestegen. Zeelui worden in het Zandstraatkwartier door de kasteleins, bordeelhoudsters en eigenaren van goedkope logementen met open armen ontvangen. Ook op een aantal kunstenaars heeft de buurt een enorme aantrekkingskracht. Eén van hen is de schilder Kees van Dongen. Hij maakt een aantal tekeningen over 'het lichte leven' in de Polder. Ook Isaac Israëls en de Franse schilder Paul Signac maken schetsen in de uitgaanswijk. Fotograaf Henri Berssenbrugge legt het leven in de smalle stegen vast in een serie opnamen. Schrijver en NRC journalist M.J. Brusse is gefascineerd door de buurt en doet regelmatig verslag in de krant van zijn observaties in de wijk.

Woonomstandigheden
Tegenover de vermeende romantiek van de rosse buurt staan de armoedige leefomstandigheden van bewoners in de krottenwijk. Journalist Louis Schotting en SDAP raadslid Hendrik Spiekman onderzochten de woonomstandigheden in de stad en bundelden hun bevindingen in de uitgave 'Arm Rotterdam. Hoe het woont! Hoe het leeft!' De Zandstraatbuurt wordt door hen beschreven als 'het centrum van armoede, van vervuiling en van ontucht'. Van de door Spiekman en Schotting bezochte 170 woningen bestaat het merendeel uit één kamer waar doorgaans hele gezinnen in gehuisvest zijn. In mei 1909 verzet raadslid Spiekman zich dan ook niet  tegen het plan voor afbraak van de wijk. Wel dient hij een motie in om in te zetten op meer sociale woningbouw in de stad ter vervanging van de weggevallen woonruimte. Zijn voorstel wordt verworpen.

Het einde van de Zandstraatbuurt
31 december 1911 vieren de bewoners van de Zandstraatbuurt hun laatste nacht in dronkenschap. De volgende dag worden alle horeca- en muziekvergunningen ingetrokken en vangt de onteigening, ontruiming en sloop van de panden tussen de Raamstraat, Hofstraat, Zandstraat aan. In het totaal worden 700 woningen en honderdvijftig bedrijfspanden neergehaald. De sloop van de Zandstraatbuurt treft 2.400 bewoners. Zij krijgen geen vergoeding en ook geen vervangende woonruimte aangeboden. De inwoners van De Polder verdwijnen in andere, arme delen binnenstad. Het nachtleven, inclusief de prostitutie, voegt zich bij het bestaande uitgaansgebied aan de Schiedamsedijk en omgeving. Een opstand is uitgebleven. De bekende Liedjeszanger en vaste bezoeker van de Polder Koos Speenhoff uit zijn kritiek in 1909 zijn 'Polderlied' (brief van een slechte meid). Enige jaren later schrijft hij een lied waar de volgende strofe onderdeel van uitmaakt:

's Nachts gaat 't er vreeselijk spoken
Waar de Polder eenmaal stond
Al de geesten uit de Zandstraat
Sluipen in de Raadszaal rond
En in plaats van toffe meiden
Zuurtjes en gebakken visch
Vinden ze 'n Spiekman-motie
Die dien dag verworpen is.

Het enige teken van verzet van de bewoners  is een pamflet dat op verschillende huizen voor de ramen wordt geplakt. Het is een rouwkaart met de tekst 'Heden overleed na een langdurig en vreugdevol bestaan, de Zandstraat'.

 image

Uit: 'Het Polderlied' van J.H. Speenhoff 1909/1910

 image

Overlijdensadvertentie van de Zandstraatbuurt die voor de ramen van de dichtgetimmerde huizen werd gehangen.